Binnenlandsch Overzigt.
f
1
A
i
t
•i
hoogst schadelijk werken op de ontwikkeling van het her
boren rijk.
Over het feit zelf, waarvan de bisschop wordt beschul
digd het verstoren der openbare rust door in een herder
lijken brief aan te zetten tot weerspannigheid tegen ’s lands
wettenis nog niet door de regtbanken beslist. Die uit
spraak is echter voor ’t oogenblik van minder belang was
hij onschuldig hij was in de gelegenheid zich te verdedi
gen maar wie door de wettige overheid geroepen wordt
om voor haar vierschaar te verschijnenmoet aan die
roepstem gehoor geven. Door te weigeren verzette de bis
schop zich op nieuw tegen ’s lands wetten en het hard
nekkig zwijgen op alle tot hem gerigte vragen kan hem
geen voordeel zijn. Wie zwijgt, stemt toe; dit mogeniet
altijd waar zijn, ’t is toch beter zijne onschuld te bewij
zen dan door koppig en nukkig verzet zich te gedragen
als een straatjongen.
Pruissens koning is hersteld en bezoektmet eenigen
zijner goede vrienden, onder wie ook von Bismarck, zijne
jongste kinderen. Zoo kwam hij ook te Bremen en ’t kon
wel niet anders of daar moest een eeremaaltyd worden
gehouden en aan dien maaltijd moest deze en gene eenige
woorden zeggen. De burgemeester der stad vond goed
Z. M. «de hersteller der grootheid en eer van Duitschland
het hoofd der Duitsche natie” te noemen. De koning had
daar niets tegen maar zeide toch«Wanneer de Voor
zienigheid door mij een groot en nooit gedacht werk heeft
doen tot stand komen dan heb ik het niet alleen vol-
bragtmaar met mijne medestrijders en bondgenooten.
Nog is alles niet vervuld wat met zielsverlangen het tegen
woordige geslacht wenscht maar de nakomelingschap zal
de vrucht oogsten en de voltooijing aanschouwen van het
gebouw waarvan wij den grondslag hebben gelegd.”
De onderkoning van Egypte doet alsof hij zelf baas was.
Hij durft op reis gaas en anderen uitnoodigen om hem te
bezoeken bij gelegenheid van de opening van ’t Suez-ka-
naal. Turkyes sultan, zijn meester, is daarover lang niet
tevreden. In een turksche courant staat het duidelijk': «De
pacha had ten minste zijn eerste bezoek kunnen brengen
aan den sultan, van wien hij zijne raagt ontleent; hij had
hem zijn plan moeten voorleggen en hem vervolgens ver
lof vragen om de verschillende vorsten van Europa te be
zoeken en ze uit te noodigen om eens over te komen”.
De onderkoning heeft zeker vergelen dat hij dit aan zijn
souverein verschuldigd is of mogelijk ook houdt hij zich
voor oud en wijs genoeg om zijn eigen gang te gaan. In
de meeste gevallen toont hij dan ookdat dit werkelijk
zoo ishij toont zijn tijd te begrijpen en behartigt de be
langen van Egypte op zijn manier veel beter dan zulks op
de turksche manier mogelijk is.
Een japansche stoomboot is in de nabijheid van Jeddo
in de lucht gesprongen. Terwijl men bezig was met kruid
aan boord te brengen stak een der werklieden eene pijp
aan. Ongelukkig vielen eenige vonken op een beschadigd
vaatjewaardoor het daarin aanwezige kruid vuur vatte
met het gevolgdat de geheele voorraad ontplofte. De
geheele bemanning met werkvolk, te zamen 130 personen,
werd in de lucht geslingerd en viel in’t water neer. Twaalf
man zijn vermoedelijk terstond gezonken elf anderen wa
ren zoodanig verbrand en verminktdat er voor hen op
geen levensbehoud viel te hopen, terwijl een aantal ande
ren gewond is. De zwaar gekwetsten zijn overgebragt naar
het rijks-hospitaal te Jeddo.
Het wapperen van tal van vlaggen uit torens, openbare
en bijzondere gebouwen gaf den 17 Junij blijk, dat het
een feestdag was: de dag, waarop II. M onze koningin ver
jaarde. Liefhebbers van’t afsteken van onschadelijke vuur
werken hadden verlof daartoe en ’t was zeker aan de guur
heid en natheid van het weder op den avond van dien dag
te wijten, dat geen zwaarder geschutgebulder de rust der
kinderen stoorde.
De 18e Junij is voor Nederland almede een feestdag, die
echter op weinige plaatsen zich vertoont met uiterlijk fees
telijk gelaat. Volgens begeerte van Z. M. den koning wordt
op dien dag in de garnizoensplaatsen door de bezetting pa
rade gemaaktvooral ook om de nagedachtenis te eeren
van den held van Waterloo, wijlen koning Willem U.
Het voorregt van garnizoen te hebben, missen we hier;
toch waren we den 18 Junij niet zonder militair personeel.
De milicien-verlofgangers werden geïnspecteerd en of het
was het feestelijke van den dag of de invloed van het
krijgsman ski eed er waren er onder, die slap waren van
pléizier en na den afloop der inspectie zich niet zonder ge
vaar aan een tweede inspectie zouden hebben kunnen onder
werpen. Was het geen parade met vol muziek, zij paradeer
den toch met luid gezang langs de straat; van den ouden
afgeschaften stijven paradepas kunnen de miliciens van
heden natuurlijk niet weten, en de manier, waarop zij met
afwisselende ligchaamsbuigingen langs, kronkelende lijnen
hun weg vervolgden is alleen in toepassing te brengen
als men zóó van de inspectie komt.
Te Hasselt in Overijsselwas ’t in de vorige week ook
inspectie en ook daar werden enkelen van de verdedigers
des vaderlands vrolijk. Een hunner die buiten Hasseltte
huis behoordereed des namiddags van daar en wierp in
zijn vrolijkheid een brandende sigaar in den hooiberg, dien
men voorbijreed. Dit had een brand tengevolge, die den
hooiberg geheel en het daarbij staande huis gedeeltelijk
vernielde.
Twee geïnspecteerde en vrolijke miliciens, die van het
noord-hollandsch dorp Winkel huiswaarts keerden, vertoef
den onderweg nog eenigen tijd in een herberg. Zij geraak
ten schertsende met elkander in twistvan scherts kwam
het tot ernst, zij werden handgemeen en de een gaf den
ander met een voor de hand liggenden paal een slag op
het hoofd, dat bij terstond bewusteloos nederviel en eenige
uren later overleed. Thans is de daderdie ’t zoo kwaad
niet gemeend heeft, in handen der justitie.
Het is dan toch maar waar, wat Rotgans zei:
Wat wekt de drank in ’t volk al kluchtige gebaarden
«Hoe kan een reedlijk mensch door dronkenschap ontaarden.
Wat brengt zij vruchten voort, verscheiden van natuur.
«Zij slijpt de wapens voor de gramschap: stookt een vuur
Van twist en Iweedragt in de menscbelijke zinnen:
Ze ontsluit het hart en laat de vuile driften binnen”.
Het was de drank, die de miliciens zoo vrolijk deed zijn,
dat ze liederlijk werden; die den eenen door onbedacht
zaamheid tot een brandstichterden ander door onbezon-
heid tot een moordenaar maakte van zijn kameraad. Zeker,
onder de honderden, die geïnspecteerd werden, waren maar
enkelen, die zich zóó te buiten gingen; maar hoe veel
jammer hebben die enkelen zich zelven en anderen niet
berokkend
Zoo lang de geesten vervuld waren met de dingen
die uit de stembus moesten komen scheen het dat nie
mand het kon wachten een misdrijf te plegen, of een on
geluk te krijgen. Naatiwelijks echter is de afloop der stem
ming bekend of de nieuwsbladen bevatten weer tal van
die merkwaardige gebeurtenissen.
Den 12 dezer moet te 's Hage een man zijne vrouw met
een mes een diepe en gevaarlijke wonde in den hals heb
ben toegebragten de dader in handen der politie zijn.
Eenige dagen later had in dezelfde stad het volgende
plaats. Een geacht ingezeten, de heer B. M. in de Lange
Pooten die sedert twee dagen tot zijn huwelijk was aan-
geteekend werd in zijn winkel onverhoeds overvallen door
F. JP.die hem met een scheermes eene belangrijke
verwonding aan den hals toebragt. De daderdie den
aangerande gewelddadig uit zijn huis sleurde en hem op
straat als een razende mishandeldewerd eindelijk door
een agent van politie en eenige burgers aangehouden.
Men verhaalt, dat de man zoo boos was, omdat hij zelf
liever wilde trouwen met de bruid van B. M.en hij al
meermalen moet gedreigd hebben zoo te zullen doen als
het werkelijk tot een huwelijk tusschen deze twee mogt
komen. De geneeskundigen hebben verklaard dat de toe-
gebragte wonden niet zoo erg zijn dat er dadelijk gevaar
bestaat.
In den Tielerwaard merkt men op dat de guurheid
van het weder ongunstig werkt op de veldgewassen. Gras
is er in overvloed. De pereboomen zijn er rijk geladen
appels komen er weinig. Op de aardappelen valt niet te
roemen de vroege soorten vooral zijn slecht opgekomen.
In de tarwe logeert een groot leger muizen zoodat het
op vele plaatsen isals ware ze reeds afgemaaid, en wan
neer er geen sterfte komt onder de knagende gasten dan
zal een goed deel van den oogst mislukken.
Uit Hoenderloo schrijft men
»De omgeving maakt hier thans een pijnlijken indruk
op ieder aanschouwer. De rupsen hebben de boomen niet
alleen ontbladerdmaar zij vernielen ook het jonge hout.
Op sommige plaatsen ziet men zoover het gezigt reikt
geen enkel blaadje aan boom of struik. Bij duizenden
ziet men de rupsen aan de boomen. De bewoners der
huizenin het houtgewas gelegenhebben behalve de
schade nog grooten last er van. De rupsen kruipen in
zulke menigte tegen de huizen opdat men door vele
ruilen letterlijk niet zien kan. Bij hopen vangt men ze
van deuren vensters en muren.”
Bij den burgerlijken stand te Arnhem is de geboorte
van een kind aangegeven, waarvan de moeder 18, de
grootmoeder 36 en de overgrootmoeder 57 jaar oud is.
Alle 3 zijn nog in leven,
Uit Deventer wordt geschreven
«Op den eersten dag der kermis werden verschillende
eetwaren uit de kramen zooals koek suikergoed zuur
enz en de kleurstoffen waarmede vooral de beide eerst
genoemde artikelen gewoonlijk versierd zijn door de ge
zondheidscommissie te Deventer scheikundig onderzocht