VERTENTIEBLAD.
NIEUWS- EN AD-
1876.
Vijftiende Jaargang.
No 3.
agBi
BINNENLAND.
BUITENLAND.
jSBP]
DON DERDAG 20 Januarij.
W;l
uni mi i in
Toekoe Nek
Moekim,
men en
Loöng
ABONNEMENTSPRIJS: 80 Cents per 3 maanden.
Franco per post 95 Cents.
Op marsch naar Pakan Badak. Van 31
1 Jan. Bital Lamtermin en de verster-
De politie te Utrecht heeft eene 70jarige juf
vrouw dood in hare woning gevonden, die wc! de
In Engeland is in sommige gevangenissen de
strafarbeid tegen betaling ingevoerd tengevolge
waarvan de veroordeelden zelf in hun onderhoud
voorzien. Een der gevangenen wiens straftijd
voorbij was ontving van den directeur zijn ver
diend geld met de mededeeling, dat dit was over
geschoten en het overige besteed om hem te voe
den, te kleeden en te doen bewaren en bewaken.
Toen de man hoorde dat hij zelf dit alles be
taald had, werd hij woedend. «Mijn kop af, als
ik ooit weer bij je terugkom 1” riep hij uit.
’t Zou wel te wenschen zijn, dat men zich alge
meen van misdaad liet terughouden alleen om dan
niet als gevangene ten voordeele van anderen te
werken. Het is een bekend feit dat een veroor
deelde een soort van genot smaakt door het be
sef, dat die maatschappij welke hem veroordeelt,
nu in zijn onderhoud moet voorzien.
den ring, welken Jolie aan de linkerhand droeg,
zegende dien en deed hem haar aan een der ver
lamde vingers schuiven. «Op dit eigen oogenblik
verklaart de eerwaardige zuster Julie,” zoo ver
volgt de Courrier, «gevoelde ik het verlamde deel
herleven en het bloed den geheelen arm doorstroo-
men”. Daarop sloeg zij, ofschoon nog met eenige
moeite, met denzelfden arm, op last van den paus
een kruis en terstond nog een, waaraan niets ont
brak. Zij was genezen. Later, op denzelfden dag,
heeft zij een langen brief van dankbetuiging met
de voor eenige uren nog magtelooze hand kunnen
schrijven.
In het Overijsselsche Nieuws en Advertentieblad.
leest men dat rijksambtenaren een onderzoek de
den bij een landbouwer te Daarle die vermoed
werd te hebben gesmokkeld maar dit op een zoo
ruwe, wijze deden, dat de vrouw ontijdig van een
dood kind beviel en weinige uren later zelf een
lijk was. Indien alles waar is. wat dienaangaande
verhaald wordt, is bet te wenschen dat een ge
streng onderzoek in dezen plaats hebbe.
Te Dordrecht is Maaike van de Putte dood op
hare kamer gevondenhoogstwaarschijnlijk was
zij 's avonds te voren juist met nuchter thuis ge
komen en had zij na zich ontkleed te hebben
het bed niet kunnen bereiken.
Belangrijke branden. Te Royton bij Oldam
is een katoenfabriek geheel verbrand. De schade
beloopt ongeveer f 600,000. Tc Parijs is een
wattenfabriek geheel afgebrand. De schade beloopt
f 50,000, terwijl een groenteboer wiens tuin naast
de fabriek ligtvoor 2000 verloor aan glazen
klokken en aanplanting. Meer dan honderd man
nelijke en vrouwelijke werklieden zijn door dezen
brand zonder werk. De naaimachinefabriek van
Weeler Wilson te East-Bridgeport is een prooi
der vlammen geworden. De schade, berekend op
1|.millioen gulden, wordt voor een deel gedekt
door assurantie.
ADVERTENTIEPRIJS: 50 Cts. van 1—7 regels. Vervol
gens 10 Cent per regel Overigens naar plaatsruimte.
De Univers neemt zonder aanmerking uit de
Courrier de Cru.celles het verhaal over van eene
wonderbare genezing, 19 Oct. II. door den paus in
eigen persoon bewerkt. Een geestelijke zuster van
het heilige hart, Julie N., dochter van een der uit-
stekendste belgische diplomaten, zoo wordt daarin
verzekerd had tengevolge van een geweldigen
zenuwaanval den regterarm verlamd; de beenderen
van vingers en elleboog waren als ontwrichtde
nagels geheel zwart geworden enz. Te vergeefs
had zij op raad van geneesheeren andere lucht
streken bezocht en was eindelijk met een geheime
hoop te Rome gekomen, waar zij op bovengenoem
den dag bij den paus gehoor verkreeg. Deze was
eerst verwonderd over de tot hem gerigte bede en
verklaarde de gave der wonderen niet te bezit
ten tevens vermaande hij echter de lijdende tot
het geloof, dat bergen verzet. Ten slotte nam hij
Daar noch het buiten-noch het binnenland stoffe
geeft voor gewigtige mededeelingen meenen we
onzen lezers geen ondienst te doen met het toe
staan der noodige ruimte aan het volgende, in het
Vaderland voorkomende opstel.
«Generaal Pel, in het voorjaar van 1875 wegens
dringende gezondheidsredenen voor een poos naar
Java gekomen, zette in den aanvang van Nov. jl.
weder den voet op het terrein des oorlogs in Atsjin.
Het regensaizoen spoedde daar ten einde. Met den
droogen moesson zou een nieuw operatietijdperk
aanbreken.
«20 Dec. Aanvang der operatiën tegen de VI
De vijandelijke stelling Mibouw geno-
bezet. 27 Dec Kelapan Doewa, 28 Dec.
en 29 Dec. Djembit genomen en bezet.
30 Dec. f
Dcc. tot 2
king van Toekoe-Nanta door den vijand ontruimd.
«De gemeenschap tusschen Pakan Badak en on
zen post te Sinangri is geopend.”
Tol toelichting van deze mededeelingen der Staats
courant zegt hel V aderland
Een oppervlakkige lezing zal welligt bij de mees
ten onzer niet, tot het besef geleid hebben van
het groote belang dier korte telegrafische berigten.
Om zich daarvan een juist denkbeeld te kunnen
vormen is het noodig dat men zich vooraf eenigs-
zins op de hoogte stelt.
Sedert de verovering van Lemboeg en van het
gebied van Longbattah in December 1874 waren
de versterkingen van Toekoe Nanta en de aaneen
geschakelde stellingen van Bital Lamtermin en Ke-
tapan Doewa degenewelke ons nog het meeste
afbreuk bleven doen.
Thans zijn ze in onze magt, die gewigtige broei
nesten des vijands met al hun rijkdom aan we
lige bouwlanden dragende vruchlboomen heilige
moskeeën en andere gebouwen en hiermede zijn
wij aan’t einde gekomen van dat gedeelte van
Groot-Alsjin dat reeds gedurende het opperbevel-
hebberschap van gen. van Swieten door onze troe
pen is betreden geworden. Het is bij die gelegen
heid naauwkenrig opgenomen en in teekening ge-
bragt en in zooverre behoorde het tot het ons be
kende terrein. Maar generaal Pel heeft door de
vermeestering van Djempit op den 29 Dec. en zijn
opmarsch naar Pakan Badak op den 30 Dec den
eersten voet gezet in het onbekende. Het is goed,
dat men hierop let, want daarmede zijn wij eigen
lijk opnieuw een andere fase van den krijg ingegaan.
De operatiën zijn gerigt tegen de VI Moekim
in het noordwestelijk gedeelte van Groot-Alsjin.
Dat gebied is een zelfstandig onderdeel van de
XXV Moekim zooals bekend een der drie sagej
(hoofddeelen), waaruit A tsjin-Proper of Groot-Atsjin
bestaat.
Vroeger werd deze sagej XXV Moekim bestuurd
door radja Toekoe Nek doch binnenlandsche be
roeringen maakten dal niet lang voor onze oor
logsverklaring van den sultan van Atsjin achter
eenvolgens meer of minder groote gedeelten zich
afscheurden en een eigen hoofd kozen, zoodatten
laatste Toekoe Nek niet anders overbleef dan een
schijnbestuur over eene kleine uitgestrektheid gronds
beoosten de Kwala Naridji (een stuk grond, dal
bij hoog water binnenslands gemeenschap heeft
met het Atsjin-stroom gebied) Maraksa geheeten.
De weinige hulp, welke die radja, bij de ontrouw
van zijn volk, van zijn opperheer den sultan had
ondervonden was de hoofdreden waarom reeds
bij de eerste landing van onze troepen in 1873
Toekoe Nek van zijn goede gezindheid jegens ons
deed blijken en dat hij gedurende de 2de expedi
tie, nog voor den val van den kraton, openlijk
de partij koos van het Ned.-Ind. Gouvernement.
De VI Moekim dan staan sedert hun afscheuring
onder het beheer van Toekoe Nanta, een man, die
door zijn standvastigheid en energie zeker kan ge
rekend worden onder de meest invloedrijke hoof
den van de oorlogspartij in Atsjin. Het noorde
lijke gedeelte wordt door de reede van Atsjin be
speeld en, uit dien hoofde niet veilig zijnde voor
het vuur van onze oorlogschepen en van onze na
bijgelegen strandbatterij is dat gedeelte door een
aaneengeschakelde rij aardewerken versterkt. Al
leen wachtvolk bleef die werken tegen overrompe
ling bewaken, en reeds sedert medio 1874 hield
met dat wachtvolk ook Toekoe Nanta zelf aldaar
verblijf onder den grond, in gedekte schuilplaatsen.
De overige weerbare mannen trokken met alle vrou
wen en kinderen het huisraad en den veestapel
meer binnenslands, gevrijwaard tegen de uitwer
king van ons geschut.
Het gebied van Toekoe Nanta is van het ons
bevriende Maraksa gescheiden doer de p. m. 500
meters breede Kwala Naridji.
Geen wonder, dat door dien korten afstand onze
bondgenooten bijna voortdurend belemmerd werden
in de uitoefening van hun gewone bedrijfde
vischvangst.
Voor den vervolge kan die vischvangst ongestoord
worden volbragt, want, zooals wij in den aanhef
zagen, is tusschen 31 Dec. en 2 Jan. met andere
stellingen meer zuidwaarts ook Toekoe Nanta’s ver
sterking door den vijand ontruimd. Door de marsch-
rigting van onze westwaarts voortrekkende kolon-
nes schijnt hij bevreesd geworden te zijn om afge
sneden te worden.
Deze gebeurtenis is van dubbel gewigt. En voor
ons én voor het volk van Maraksa. Het is een
hoogst belangrijk succes reeds aan ’t begin van
onze operatiën. De geest der agerende troepen is
uitmuntend, de gezondheidstoestand gunstig. Van
het begin der actie af had men droog weer. Zoo
luidden bovendien de regeringsbulletins. Allen zijn
het gunstige voorteekenen op den verderen weg
dien generaal Pel is ingeslagen.
Onze vanen wapperen hoog en onder haar strij
den met geestdrift onze brave troepen. Met de
innigste belangstelling blijft gansch Nederland de
nieuwe krijgsverrigtingen volgen. Reikhalzend zien
wij nadere berigten van het oorlogsterrein tegemoet.