NIEUWS- EN AD-
VERTENTIEBLAD.
1876.
Vijftiende Jaargang.
No. 29.
BUITENLAND.
BINNENLAND.
DONDERDAG 20 Julij.
ABONNEMENTSPRIJS: 80 Cents per 3 maanden.
Franco per post 95 Cents.
ADVERTENTIEPRIJS: 50 Cis. van 1—7 regels. Vervol
gens 10 Gent per regel. Overigens naar plaatsruimte.
mini iiiiiiffl
een der nieuwste en sterkste
de britsche marine, de Thun-
een ontzettend ongeluk plaats,
't vaarwater nabij Portsmouth
schram. Van de 700 personen waren vier zeer ligt
gekneusd.
Lezers van de Tijd zijn reeds met deze miraku-
leuze uitkomst bekendmaar anderen mogen ’t
ook wel weten.
Nu genoeg van dat menschenmoorden. Gelukkig
hebben we ook te spreken van zeer verblijdende
en vertroostende verschijnselen.
Een trein met 700 pelgrims bewoog zich van
Niort naar Lourdes. Den ganschen dag hadden de
geloovige lieden gebeden en gezongen en toen 't
nacht was sliepen ze den slaap der vermoeiden.
Omstreeks halt' twee in den nacht moest de trein
bij Ygos halt maken om een exprestrein te laten
passeren. Maar nog vóór Ygos kwam de sneltrein
met eene snelheid van 60 kilometer in het uur
aanrollen. De machinist van den pelgrimstrein geeft
aanzijn machine eene terugwerkende rigting, maar
toch wordt daardoor een botsing niet voorkomen.
Tengevolge hiervan wordt de locomotief belangrijk
beschadigd, de waggon eerste klasse geheel ineen-
gedrukt, waardoor de beide banken zóó na bij een
tomen, dat de beenen der 8 pelgrims, die er zich
in bevonden verbrijzeld geacht moesten worden.
Overigens een tooneel van verwarring en vernieling,
maar geen enkele der reizigers ontving zelfs een
handen der Turken. De Serviërs hebben 1700 a
1800 man verloren. Het hardnekkig stormloopen
heeft den Turken zeer veel manschappen gekost.
Nog heeft de toestand bij geen andere mogend
heid den lust opgewektom een der partijen te
helpen; integendeel, de keizers Alexander en Frans
Jozef Lebben elkander op aandoenlijke wijze om
helsd en er zijn politieke tinnegietersdie deze
omhelzing voldoende achten om te besluiten, dat
de vrede in Europa verzekerd is. Daar een vraag-
teeken achter te zetten is nog geen bewijs van een
hardnekkig ongeloof.
Van Turkije naar Noord-Amerika is wel een wat
groote sprong, maar wij wagen dien, om het oor
logsnieuws maar in eens at te maken.
Sinds de uitroeijing der Modok-Indianen in
1874 werd er van de Roodhuiden weinig ver
nomen. Thans laten zij weer van zich hooren.
Van alle noord-amerikaansche staten is de in ’t
noordwesten gelegene staat Montana de slechtst
bevolkte. Er "wonen daarop 6300 vierkante mijlen
hoogstens 20,000 inwoners, meest zwervende Indi
anen van den Sioux-stam. Eenige weken geleden
kwam het berigtdat die Sioux de blanke kolo
nisten in verschillende plaatsen, met vrouwen en
kinderen, hadden vermoord. Troepen, op hen af
gezonden wraren niet gelukkig. Den 25 Junij
rukte generaal Custer tegen hen op met het 7de
regiment kavallerie, bestaande uit 12 compagniën.
De Sioux waren 2500 man sterk en gekampeerd
30 mijlen van de monding der Little Big Hornri-
vier. Hij zou met 5 compagniën het kamp aan
vallen, terwijl majoor Reno met 4 compagniën af
trok om de Sioux in den rug aan te tasten en
3 compagniën als reserve achtergelaten werden.
Custer viel in een diep ravijn in een hinderlaag
waar allen tot den laatsten man gedood werden.
Custer, zijn twee broeders, schoonbroeder en neef,
benevens 17 andere officieren, werden vermoord.
Het geheele verlies was 315 man; geen enkele ont
kwam Daarna omsingelden de Sioux de troepen
van Reno, maar deze slaagde er in de reserve-com-
pagnien te bereiken, en kwam toen tot de ontdek
king dat de Indianen plotseling hun kamp had
den opgebroken. Van de troepen van Custer vond
men op éétie plek 207 lijken opgestapeld; zij wa
ren vreeselijk door de Indianen verminkt en ge
heel uitgeschud.
Sprinkhanen zijn soms even lastig als oorlogs
helden. Sedert een paar dagen bewegen zich van
die beestjes in onafzienbare rij op den Berlijn-
Anhalt spoorweg. De treinen hebben moeite om voor
uit te komen, omdat de rails en wielen glad worden
door de verpletterde dieren.
Op de velden van BeiTijn-Charlottenburger bouw-
vereeniging vertoonden zich een onnoemelijk aantal
dezer vraatzuchtige dieren die echter nog in de
ontwikkelingsperiode verkeeren. Nog weinige dagen
en zij bekomen vleugels en vallen dan in de om
liggende velden, om een onberekenbare schade aan
te "rigten. Om dit te voorkomen heeft men een
greppel om het terrein gegraven over het veld
wordt petroleum gegoten en deze in brand gesto
ken, waardoor men het gevaarlijk ongedierte hoopt
te verdelgen.
Wat uit de zee van oorlogsberigten kan opge-
vischt worden is nog altijd van zeer twijfelachti
ge waarde.
Een telegram aan de N. Pr. Presseuit Kala-
fat dd. 11 dezer, zoo ’t waarheid zegt, geeft eene
verklaring, waarom nog geen veldslag van belang
werd geleverd. Volgens dat telegram nl. beval een
legerorder uit Konstantinopel, dat het turksche le
ger alleen verdedigend mogt handelen tot zoo
lang de troepen uit' Anatolië zouden zijn aangeko
men. De Serviërs namen de werkeloosheid der
Turken te baat om plundertogten te maken
zij verbrandden alle niet-bulgaarsche dorpen en
streden verbitterd zoodra een vijand hen in den
weg trad. Den 11 bragten vijf oorlogschepen vier
bataljons analolische troepen onder Fasli-pacha
aan.
We zien geen kans en achten het ook niet noo-
dig, de vechtende partijen ook maar van verre te vol
gen alleen voor de liefhebbers een verhaal van
een veldslag wat we den correspondent van een
oostenrijksch blad navertellen.
Reeds den 1 Julij ontving kolonel Leschjanin
bevel de voor Widdin kamperende turksche troe
pen aan te vallenom te belettendat zij de
turksche strijdmagt ondersteunden. Osman-pacha,
door zijn spionnen ingelicht ontbood versterking
uit Roeslsjoek, zoodat hij weldra 23000 man onder
zijn bevel had
Leschjanin beschikte slechts over de helft en be
sloot eerst op herhaald bevel tot den aanval. Den
2 Julij gingen de Serviërs bij Vojeka over de gren
zen. De turksche voorposten weken terug. De
Servische ruiterij raakte al dadelijk in verwarring,
daar de paarden niet gewoon aan het vuren
schichtig werden. Osman-pacha liet zijne troe
pen in twee kolonnen uitrukken en naauwelijks
waren de vijanden elkander genaderd, of het bleek
op nieuw, dat moed en vaderlandsliefde alleen geen
leger onoverwinnelijk maken. Bij de Serviërs kwam
alles in verwarring ieder kommandeerde en nie
mand gehoorzaamde. Het «heilige legioen” werd
door een bajonetaanval der rumelische jagers over
hoop geworpen en de ongeregelde turksche kaval
lerie sabelde velen neder. Het overschot van het
«heilige legioen” werd door de brigade Kraina op
genomen, maar ook zij kon den onstuimigen aan
val der turksche ruiters niet weerstaan. Het derde
bataljon dier brigade sloeg op de vlugt, de overige
bataljons trachtten te vergeefs carrés te formeren
en had het 73 bataljon (het 4 der brigade) niet
heldhaftig stand gehouden en door snel vuur de
ruiters tot staan gebragt, dan waren de verliezen
der Serviërs veel grooter geweest. Het dappere
bataljon, onder majoor Vojnarovics, vroeger oosten
rijksch officier dekte den terugtogt. De Serviërs
hadden ongeveer 600 dooden en gewondendrie
vaandels en een bergkanon met bespanning ver
loren. De Turken hadden bijna evenveel dooden
en gewonden. Den volgenden dag vroeg rukte
Osman-pacha over de grenzen. Een stoutmoedige
ruiteraanval van twee Servische escadrons werd
afgeslagen, de turksche tirailleurs werden door bel
•heilige legioen” teruggedreven, maar de zeer goede
artillerie der Turken 'verijdelde de aanvallen der
Serviërs. Niet minder moedig gingen de Turken
tot den aanval over en bestormden de vrij sterke
positien van Zaitschar. De plaats zelve bleef in
handen der Serviërs, maar de buitenwerken werden
door hen ontruimd. Zeven kanonnen vielen in
Aan boord van
pantserschepcn van
derer, had Vrijdag
Terwijl dit schip in
een proeftogt maaktesprongbij betrekkelijk
geringe spanning een der stoomketelswaardoor
25 man onmiddellijk gedood ruim 50 in erge
of geringer mate gekwetst werden. Eerst een uur
na de ontploffing veroorloofde het langzaam weg
trekken van den dikken rook in de machinekamer
het instellen van een onderzoek naar den omvang
der ramp. Het bleek toen dat een der zijwan
den van den gesprongen ketel geheel was wegge
slagen op zijn weg alles verbrijzelende. Rondom
vond men de lijken van den eersten machinist
een ingenieur, stokerswerklieden enz. Vele lij
ken waren deerlijk verzengd en verminkt. Van
de 53 gekwetsten, die levend naar ’t hospitaal kon
den gebragt worden zullen er naar men vreest,
nog wel de helft bezwijken.
De Thunderer wastoen de ontploffing plaats
greep, pas acht minuten onder stoom; hare ketels
en machines waren geheel nieuw. Geen wonder
dusdat men met bezorgdheid vraagthoe onder
deze omstandigheden een dergelijk accident moge
lijk kon zijn.
Het door het ministerie gevraagd ontslag is door
Z. M. den Koning geweigerd. Die weigering gaf
aanleiding tot de vraag wat nu? Zullen de mi
nisters aan ’s Konings wensch voldoen Zal dan
door hen en door de Volksvertegenwoordiging de
houding worden aangenomen alsof er niets ge
beurd ware Zal het noodig zijndat de Tweede
Kamer wordt ontbonden Op geen dier vragen
weten we nog een antwoord, maar zeker is het,
dat de toestand alles behalve bevredigend is. De
houding van de meerderheid der Tweede Kamer
tegenover het ministerie zal er door het gebeurde
niet op verbeterd zijn en heeft eene kameront
binding plaats dan zal op de vraagwaarom
het antwoord voor velen'onduidelijk blijven. Een
groot deel der kiezers zal de beteekenis er van
niet begrijpen en voor de partij drijvers verscheen
dan wel nooit gunstiger gelegenheid om de zaak