NIEUWS- EN AD-
VERTENTIEBLAD.
1876.
Vijftiende Jaargang.
No. 33.
BUITENLAND.
BINNENLAND.
DON DERDAG 17 Augustus.
bleef
maar in de schatkist
7
ABONNEMENTSPRIJS: 80 Cents per 3 maanden.
Franco per post 95 Cents.
J
HUID MIMI
ADVERTENTIEPRIJS: 50 Cts. van 1—7 regels. Vervol
gens 10 Cent per regel Overigens naar plaatsruimte.
I en gemoord
is nog geen einde gekomen.
i van de rivier de Timok de lurken
den linker de Serviërs aan den regteroever
De Transvaalrepubliek in Z.Afrika. welks presi
dent nog onlangs ook ons land bezocht, heeft het
ook met zijn buren te kwaad gekregen. Die bu
ren heeten Kaffersen hunne beschaving heeft
hen nog niet zoover gebragt, dat ze kunnen inzien
hoe leelijk het menschen staat, elkander te beoor
logen. Den Aden Julij heeft het eerste gevecht plaats
gehad, en welbij Mothibi, welke plaats door 1000
blanken en 400 inboorlingen werd aangetast. Twee
dagen later werd de sterkte bestormd. Blijkens
berigt van den president had hij eene volledige
overwinning behaald. Tien zijner manschappen
waren gesneuveld en 37 gekwetst. Er was eenig
vee en geld op den vijand buit gemaakt en in
middels was er voor hem eene versterking van 250
man aangekomen. Daarentegen hadden de boeren
bij een aanval der Kaffers te Krugerpost en Speck-
born 200 stuks vee verloren. De eerstgenoemde
plaats werd echter met goed gevolgd verdedigd.
Doch tevens werd er melding gemaakt van gevech
ten der «Middelburg-armee,” waardoor de staat van
zaken een ernstiger aanzien had verkregen. Ter
wijl namelijk de president Burgers den kafferhoofd-
man Secoeconi had aangevallen hadden andere
troepen Kaffers langs een omweg een inval op het
gebied der republiek gedaan met het gevolg dat
zij vele boerderijen hadden verbrand en Secoeconi
in de gelegenheid was gesteld in de rigting van
Pretoria op te rukken.
en ten
Oostenrijks keizer wandelde voor eenige dagen
met zijn adjudant, toen het geschrei van een kind
zijn oor trof; een oogenblik later zagen zij het
kind van een hooge rots naar beneden vallen. Het
met de kleederen aan een boomstruik
hangen. De keizer een flink bergjager moest
om liet kind te bereiken, een sprong van vijf me
ter langs de zoogenaamde Redtenbach-Wildniss ma
ken. Hij aarzelde echter geen oogenblik en het
gelukte hem liet boven den afgrond hangend kind,
een vierjarige knaap te grijpen en in veiligheid
te brengen.
Z. M. de Koning heeft aan de vereeniging Neder-
landsch Mettray een gift gezonden tot aankoop
van een prijs voor de te houden verloting ten be
hoeve dier vereeniging de Koningin heelt voor
datzelfde doel een prachtige pendule ten geschenke
gegeven.
Wie Neêrlands Mettray kent en het nutdat
door deze stichting wordt bewerkt, plaatste of plaatst
zeer zeker zijn naam op de lijst voor een of meer
loten. Gedurende de kermis twee kwartjes minder
versnoept en 'tevenwigt is weer hersteld, terwijl
men de voldoening smaakt van aan een goed werk
althans een kleinigheid te hebben meegedaan. Over
de kans van een gemeste koe of een sierlijk meubel
stuk te winnen, spreken we maar niet eens.
Ravesteyn is een stadje op de grenzen van Gelder
land en Noord-Brabant gelegen, maar toch beboeren
de tot het noord-brabanlsch gebied. Men heeft in dat
stadje een sociëteit en dat is niets bijzonders. Een
sociëteit moeteen naam hebben oin ze van andere
sociëteiten te onderscheiden; die te Ravesteyn draagt
den doorluchtigen naam van Oranje. Oranje boven!
is de leuze ook in Noord Brabant. Voor eenigen
lijd werd in die sociëteit een jongmensch gedebal-
loteerd; men zei, omdat hij aan de vrijmetselarij
deed. Met zulk een konden de leden van «Oranje”
geen omgang hebben. Maar 't is in Noord-Brabant
ook nog niet geheel zuiverer waren heeren, die
de hantleling van Oranje afkeurden en met elkan
der een sociëteit begonnen, die zij de Eendragt noem
den. Die heeren moesten wel allen door en door libe
raal zijn, dachten de leden van Oranje en ook wel
anderen die geen leden van Oranje waren. Zes
leden van de Eendragt zalen voor eenigen tijd
’s nachts na half twaalf, op de stoep van hun so
ciëteitsgebouw. Dat vond de politie te liberaal en
zij maakte proces-verbaal op. Daarna zijn 4 der
heeren door den kantonregler veroordeeld tot ƒ6
boete, (wee werden vrijgesproken, omdat zij, hoe-
Zeven meisjes baadden zich in de rivier de
Marne in Frankrijk, 't Was aangenaam weer en
het frissche bad stemde de meisjes tot vrolijkheid.
Zij namen elkander bij de hand en begonnen in
het water een rondedans. Daardoor raakten ze
naar de dieple, waar ze zonken. Twee van haar,
die wat zwemmen konden, redden zich en hieven
hulpgeschrei aan zoodat een wat verder badend
jongman van 18 jaar er op afkwam. Hij dook,
dook weernogmaals en nog eens en bragt tel
kens een der meisjes boven. Dat ging zoo mooi,
dat men in de pret vergat appèl te houden en eerst
bij T aankleeden merkten ze, dat er een pakje bleef
liggen. Een ander bader dook nu onder en
bragt een lijk boven.
Er is weer gevochten gebrand
maar aan den oorlog i
Den 1 dezer stonden de vijandelijke legers
weerszijden
aan c_.
waar zij nog slechts een enkel bruggehoofd bezet
hielden. Van den 3 tot den 5 werd er gestreden
en t liep den Turken nog al mee. Het regte wor
den we nog niet gewaar maar de tijdingen uit
Belgrado zijn echte jobstijdingen. De ontsteltenis
is algemeen. De kooplieden te Belgrado deden hun
ne bezittingen en koopwaren naar de stoomboot-
stations brengen. Te Semlin werd het gerucht ver
spreid, dat Lescbjamin verslagen was en Saitschar
en Negotin waren ingenomen. Een te Semlin ge
vestigd correspondent van Reuters Agentschap tele
grafeerde, dat Hawatovich aan het hoofd van 6000
Serviërs, de onmogelijkheid inziende om aan 24,000
man Turken weerstand te bieden van Trembala
is teruggetrokken. 14,000 Turken van Sofia en
10,000 van Nisch rukten Servie binnen en ver-
eenigden zich te Trembala na een marsch van vier
uren. Howatovich, de overmagt van den vijand
ziende besloot noglans slag te leveren en vroeg
om versterkingdie hem echter door den prins
niet toegezonden werd. Na een vierdaagschen moe
digen tegenstand ontruimde Howatovich daarop zij
ne positie te Gargusevatz, zoodat thans de geheele
vallei tusschen de Servische grens en Gargusevatz
in handen der Turken is. De Serviërs bezetten
echter uilmntende posities op de bergen. Tscher-
najeff heeft versterking van manschappen en wa
penen ontvangen; men verwacht hem te zien op
rukken naar Banja. De russische kolonel Rekker
is benoemd tot chef van den état-major. Ristic
is te Belgrado gearriveerd. De politie heeft de
logementhouders aangeschreven logies gereed te
maken voor 160 russische militaire artsen.
Aan die heeren hebben de Servische gewonden
wel behoefte. Uit het vorstelijk hoofdkwartier te
Paratchin schreef een correspondent van een en-
gelsch dagbladdat in een enkelen nacht daar
300 gewonden arriveerden op ellendige karren en
langs ellendige wegenterwijl velen nog verder
vervoerd moesten worden, om dat op deze plaats
geen genoegzame hulp te verkrijgen was. Die er
bleven moesten op den vloer in een koffijhuis liggen
of zaten buiten op stoelenmet de kogels nog in
hun ligchaam. In een der voor gewonden zeer
ondoelmatige vertrekken zag de correspondent ze
liggen, terwijl twee jeugdige vrouwen hunne won
den peilden en lappen huid wegnamen, zonder aan
wending van eenig middel, ‘t welk den patient de
pijn minder doet gevoelen. Maar ze loonden zich
hardvochtig de lijders.
De Turken zijn ook hardvochtig, althans omtrent
de Serviërs. De amerikaansche consul-generaal in
Turkije, de heer Schuyler overtuigde er zich van.
In de stad Balok, die 9000 inwoners had en nog
1200 beeft, zag hij regts en links tusschen de
bouwvallen schedels en geraamten. Bij de kerk
was de grond bedekt met rottende lijken zoodat
hij niet anders dan met een dosis snuif in zijn
neus daar passeren kon. In de kerk en op het
kerkhof waren 3000 menschen vermoord. In een
school werden 200 vrouwen en kinderen levend
verbrand. Hij zag een aantal hoofdjeshandjes
en voetjes van jeugdige kinderen. Sedert 12 Mei
lagen er 7000 lijken in de zon te rollen
prooi van de honden.
’I Zal wel zoo erg niet zijn, zei Engelands staats
man Disraëli telkens als er over de turksche gru
welen gesproken werd. Disraëli houdt er niet van
de Turken al te hard te vallen en telkens, als de
zaak in 't Lagerhuis te sprake kwammaakte hij
er zich met een praatje af. Lord Russell vindt
de redevoeringen er over gehouden wel mooi, maar
ze herinneren hem aan het: »Wat doet gij Jaap?
Niets baas! En wal gij Kees? Jaap helpen baas!”
Lord Russel is van oordeel dat Engelands vloot
in Besika-baai en Engelands ambassadeur in Con-
stantinopel er op aandringen moeten, dat aan die
gruwelen een einde kome. Duizend man aan wal
gezetzouden dit doel oniniddelhjk bereiken en
indien nietdan kan men ze versterken. En als
wij'lalleen niet kunnen, zegt Russel, moet Rus
land maar een handje helpen.
Dat wil Rusland wel, oordeelt men in Weenen.
Als de nederlagen der Serviërs voortduren, meent
men daar, zal Rusland welligt de wereld verbazen
door stoutweg tusschenbeide te komen overtuigd
dat zijn invloed op de zuid-slavische bevolkingen
ten einde wezen zou als het Servië aan zijn lot
overliel. De russische Golos spoort dan ook reeds
de mogendheden aan om van haar regt, de hand
having van Serviës onschendbaarheid gebruik te
maken en de Turken te dwingen over de grenzen
terug te gaan. De muis kan nog wel eens een
staart krijgen.
Voor Turkije is’t een mal ding, dat de schat
kist leeg is. Uit Constantinopel werd allen gou
verneurs in de provinciën aangeschreven dat zij
inschrijvingen en vrijwillige gaven moesten uitlok
ken bij allen, die het land te hulp willen komen.
Om het hun gemakkelijk te maken, werd naauw-
kettrig de som opgegeven, die iedere provincie vrij
willig moet offeren. De inteekening gaat bijzonder
goed bij de ambtenaren. Zij teekenen in vóórhel
bedrag (of een deel er van) van het Iractement
dat zij nog te goed hebben en toch wel niet ont
vangen zullen. Zoo komen er nog al aanzienlijke
cijfers op 't papier te staan i
is cr niet veel van te zien.