I I 21 Art. 42. Art. 43. Art. 44. te zien, dat er geslacht Art. 45. De slagers en verkoopers vleesch op geene andere plaatsen bergen dan in slacht huizen, winkels en bergplaatsen daartoe bestemd en bij den Commissaris van Politie als zoodanig aangegeven, terwijl die plaatsen steeds zindelijk en frisch moeten gehouden worden en alle onzuiverheid en onreinheid Het is den slagers verboden, tot het slachten van vee, gebruik te maken van slachtplaatsen, welke niet door luiken of gordijnen zoodanig zijn gesloten, dat het onmogelijk is vanbuiten af wordt. na de van vleesch mogen het Het is verboden, vleesch, dat schadelijk is voor de gezondheid, in te voeren, binnen de gemeente te ver voeren, of in getimmerten, huizen of op erven aanwezig te hebben. De slagers en verkoopers van vleesch zijn verplicht, de Politie, alsmede den keurmeester, in hunne winkels, stallen en vleeschbergplaatsen toe te laten en hun op aanvrage dadelijk het bewijs van aangifte en al het vleesch, dat zij voorhanden hebben op de plaatsen in het vorig artikel bedoeld, benevens de aanwezige inge wanden, te vertoonen en te laten onderzoeken, welk onderzoek kan plaats hebben op eene plaats en wijze als noodzakelijk voorkomt. echter niet langer dan vier en twintig uren aangifte of twintig uren na de slachting. Hij heeft tevens het recht het vroeger goedgekeurde af te keuren. i'

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan

Sneeker Nieuwsblad nl | 1887 | | pagina 27