I 29 Art. 74. ,'s Art. 75. Voormalige Noorder - Art. 76. Art. 77. Het is verboden, de balcons der rijtuigen met vracht goederen van welken aard ook te belasten. Art. 78. Wanneer de tram of eene losse locomotief in bewe ging is tusschen de brug bij de poort en de Oppenhuizerbrug, moet steeds een door de Directie der Nederlandsche Tramwegmaatschappij be zoldigd persoon ter zijde van den weg vooruitloopen, en zal de machinist verplicht zijn, steeds een afstand van 5 Al eters te bewaren tusschen de locomotief en bij teruggang van de tram tusschen den achtersten wagen en dien persoon. Tusschen de locomotief en de passagierswagens en tusschen deze onderling mogen geene andere tramwagens worden aangehecht. Verantwoordelijk zijn: voor de naleving van art. 66, eerste lid en art. 72, het hoofd der onderneming, voor wier rekening de tramdienst wordt uitgeoefend voor de naleving van de artikelen 65, 66 tweede lid, 67, 70, 74 en 75, de machinist die de stoomtram rijdt voor de naleving van artt. 68 en 77 de conducteur belast met het toezicht op de tram Uitgezonderd ter voorkoming van gevaar of krachtens bevel van de Politie is het verboden eene tram te doen stil staan, anders dan op de plaatsen, bestemd tot het in of uitlaten van reizigers, door Burgemeester en Wethouders te bepalen. 3

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan

Sneeker Nieuwsblad nl | 1887 | | pagina 35