Een millioen Pond. d< ha w; w< ge br ni be he ga va lie vo ke m w EB I X X Mi N L A B». B (JIT K»l t A» V heeft kost- zijn onvolmaakt product ook niet van de hand kunnen zetten. Alles te zamen genomen acht schrijver de conclusie niet ongepastde „wederinvoering der octrooien is in geen enkel opzicht gewenscht.” W( ns te Si d< re te aa zo f< z< ir d( te di w w OVERZICHT. De Fransche Kamer van Afgevaardigden verleende Dinsdag met 467 tegen 41 stemmen ve iw lei da vc ♦er ee sc in kc Pe en tr< jjie ui w< Si O' g' di g< si. st te te 1 n di B zi o d. te 8 ei sc hi zc v< d< v< 11 w ki aa 3C ve de ■Wi d w la 01 d, VI Vi n d h Roman van P. E. van Areg. II. Walther beschouwde het teere schepseltje, dat thans, gekleed in een donkere japon zijner zuster, de kamer binnentrad, met bijzondere opmerk zaamheid. ïïjj was er verbaasd over, welk een lieftalligheid en zachtmoedigheid hem uit die jeugdige trekken toesprak, want hij meende daaruit met zekerheid te kunnen opmaken, dat zijne beschermeling omstreeks twintig jaar oud moest zijn. Het was niet een van die opvallende gezichten, welke het verrukte oog op ééns boeit, en de erge bleekheid, welke er over verspreid lag, oefende een grooten invloed uit op de bekoorlijkheid harer gelaatstrekken. Deze waren echter zoo fijn en edel gesneden, haar huid was zoo blank en doorschijnend, dat men de donkere aderen d>eronder kon bespeuren;, dat blauwe oog had zoo n zachteu gloed en de lippen waren Het Nutsdepartement Oude Tonge heeft be sloten zich tot den heer Kerdijk te wenden met het verzoek, in het belang der maatschappij te willen terugkomen op zijn besluit om de betrek king van algemeen secretaris neder te leggen. In een aan de andere departementen te richten circulaire worden de beweegredenen tot dit be sluit uiteengezet en de departementen uitgenoo- digd, zich eveneens met gemeld verzoek tot den heer Kerdijk te wenden. voor een pruikemakers- Nog vóór I Augustus a, s. zullen, volgens het Dagblad, vijf Hollandsche ingenieurs, met de noodige gereedschappen, naar Transvaal vertrek ken, om de voorbereidende werkzaamheden te verrichten voor den spoorweg Pretoria—Portu- geesche grens. Maandag en Dinsdag jl. stond voor het ge rechtshof te Leeuwarden terecht Bernardus vd. Heide, beschuldigd van het plegen van moord De Vlaamsche Kleine Gazet verzekert, dat prof. Beets, die verleden week een paar dagen te Antwerpen doorbracht, een boek onderhan den heeft over zijn „Camera Obscura”. Daar in zal hij eene verklaring geven van alles, wat in dat hooggeschatte werk minder gemakkeljjk te verstaan is voor lezers van den tegenwoordi- gen tijd. Hildebrand dus verklaart het blad deze uitgave ontving honderden brieven met ver zoek om zulke ophelderingen en besloot die vra gen op deze wijze te beantwoorden. Maandag middag wandelden, naar de N. R. C. meedeelt, twee dames langs het kanaal te Laag-Soeren. De eene had het ongeluk te water De rechtbank in Den Bosch heeft P. V., metselaar te Kroinvoortwegens poging tot doodslag op den brigadier-titulair der rijksveld- wacht J. de Rooij te Vucht, door op hem met een geladen jachtgeweer te schieten, welk schot miste en de Rooij rakelings over den schouder langs het oor ging, veroordeeld tot 4 jaren ge vangenisstraf. Zaterdag nacht is de onbezoldigde rijksveld- wachter Wijkmans te Meerssendoor een strooper, die met anderen achter een hooimijt verborgen lag, door een schot verwond, tengevolge waar van hem de duim half werd verbrijzeld. Een der stroopers, zekere Wetzel, werd door de beide rijksveldwachtsrs, die Wijkmans vergezelden, achterhaald en gevankelijk naar Maastricht over gebracht, De overigen wisten te ontkomen. Te Woensdrecht hebben, naar de N. R. Ct. meedeelt, hevige ongeregeldheden en vechtpar tijen plaats gehad. Eén persoon is reeds over leden het aantal gewonden, waaronder twee zeer ernstig, zou veertien bedragen. te geraken. Onder het slaken van een kreet springt de andere haar zuster na, ten einde haar te redden, wat haar echter niet gelukte. Iemand uit Eerbeek, zekere B., in de nabijheid zijnde, springt eveneens te water en slaagde met levens gevaar er in beide aan wal te krijgen De eene was echter reeds dood, de andere gaf nog teekenen van leven, doch is eveneens bezweken. Naar men zegt waren beiden gehuwd, woonachtig te Utrecht, en zouden zij te Laag-Soeren de baden gebruiken. Spuitwater en limonades gazeuses zijn in het warme jaargetijde heerlijke en frissche dranken, die, wanneer zij goed bereid worden, ook on- sehadelyk zijn. Over de fabricatie van spuit water valt bij ons te lande weinig te klagen. Men is er in geslaagd het te vervaardigen zon der dat er metaalverbindingen in voorkomen, en onze fabrikanten gebruiken meerendeels voor de bereiding ook zuiver drinkwater. Maar min der goed is het gesteld met de fabricatie van de zoogenaamde „limonades gazeuses.” Limo nade behoort te bestaan uit citroen- of fram bozensap, zuivere suiker en goed water. En waaruit wordt ze in werkelijkheid bereid Wijnsteenzuur en citroenzuur met een of andere aethersoort, die smaak aan het mengsel geeft, worden met suiker in water opgelost, en de vloeistof behoeft nog slechts gekleurd te worden om als limonade in den handel te komen. Die kleuring geschiedt al naar men frambozen of citroenlimonade verlangt met fuchsine of met een gele kleurstof. Verschillende genees kundigen meenen echter dat liet dagelyksch gebruik van kunstmatige aethersoorten gevaarlijk zoo purperrood bedauwd, dat het totaal gezicht van al die bekoorlijkheden wel een diepen indruk moest maken op ieder mannenhart. Daarbij kwam nog, dat zij het goudblonde haar niet opgebonden droeg, maar dit in lange na tuurlijke lokken om haar hoofd golfde en haar eene eigenaardige bekoorlijkheid bijzette. Ofschoon het haar iets te ruim was, deed toch het donkere gewaad de schoone vormen harer slanke gestalte duidelijk uitkomen. Toch lag in hare geheele verschijning de uitdrukking van eene onuitsprekelijke angst, eene koortsachtige onrust, welke zich openbaarde in al hare bewe gingen haar oog dwaalde zoekend rond door het geheele vertrek en over de personen welke zich daarin bevonden, en een gevoel van hul- pelooze onveiligheid en de vrees voor een dreigend gevaar sprak uit al hare blikken. Mistresz Lund was juist van plan met het door haar voorgenomen examen van de vreem delinge te beginnen, toen zij zich nog bijtijds, zij ’t dan ook tegen haar zin, door een smee- kenden blik van haar zoon liet bewegen, haar j plu.ll Op bC gCVGll. da vi'oomrlalin.rA »nU‘ 1 die het eerst het stilzwijgen afbrak. groot aantal niet-liberalen genoegen had kunnen nemen en zeer betreurt hij het dat de meeste liberalen zich thans minder inschikkelijk toonden dan ’t vorige jaar. Die mindere inschikkelijk heid kan hij zich alleen verklaren, als hij let op de partij, die zij tegenover zich vinden, nl. de Roomsche. De liberalen hebben niet met een eerlijken vijand te doen. In listigheid, in het aanwenden van geheime dwangmiddelen, in het partij trekken van alle gunstige omstan digheden, in onbeschaamdheid en in volharding heeft de ultramontaan zijns gelijke niet, on het is een hachelijk bestaan, met zulk een tegen stander, die tegelijk zich tooit met de kleuren der vrijheidsliefde, een eerlijken strijd te moeten strijden. Maar de kamp moet worden gewaagd doch niet met de wapenen van Rome. Alleen gees telijke wapenen zijn sterk tegenover een zoo wereldsch instituut als de roomsche kerk. Ten slotte geeft dr. B. de houding aan die hij bij de aanstaande verkiezingen wenscht gevolgd te zien. Hij stemt geen roomsche, hij stemt geen man die lid is geweest of wil worden van de anti-revolutionaire Kamerclub. Zij zijn geen vrije mannen. Hij stemt geen mannen die sym pathie betoonen voor de „doleerenden”, een secte wier manieren al te sterk herinneren aan die der sociaal-democraten. Liefst zou hij mannen steunen zonder antecedenten, die de tegenstelling tusschen liberaal en revolutionair te boven zijn en wier christelijk beginsel zich niet laat binden in een partijverband, maar hen hetgeen eerlijk en recht is zal doen steunen, onverschillig van welke zijde het wordt voorgesteld. In ’t najaar van 1886 werd van eenige zijden aangedrongen op het tot stand komen van een vereeniging tot wederinvoering van de octrooien van uitvinding in Nederland. Later is die vereeniging inderdaad in ’t leven geroepen. Die drang naar bescherming van de uitvindingen geeft den heer A. M. Chenuzetin de Tijdspiegel aanleiding om enkele bezwaren aan te stippen, die principieel tegen het verleenen van octrooien kunnen worden aangeveerd. Die bezwaren worden door hem in een viertal stellingen saamgevatde octrooien zijn schadelijk vcor de nijverheid, schadelijk voor de maat schappelijke welvaart, niet in het belang van den uitvinder zelven en werken ten slotte niet mede cm de uitvindingen te bevorderen. Dat zij schadelijk zijn voor de nijverheid blijkt, volgens den schrijver, uit de omstandigheid, dat zij het gevaar voor concurrentie wegnemen en zoodoende den uitvinder niet noodzaken, zijn vinding voortdurend te verbeteren. Er zal dan ook geen voortgang plaats hebben in de industrie. Reeds daardoor zal de algemeene welvaart lijden. Maar daarbij komt nog, dat ter wille vau één persoon het algemeen zich een zaak duurder moet aanschaffen. Het algemeen heeft dus schade. Dat de octrooien in het nadeel van den uit vinder zelven zijn, is niet zoo duidelijk. Het is echter, zegt de heer Ch., hoogst moeilijk, bij een aanvrage om octrooi niet op eens anders gebied te treden. Wanneer men dit toch doet en dit zal maar al te licht gebeuren men alle kaas zich, in omslachtige en bare processen te wikkelen. Er is evenwel nog meer. Wanneer iemand octrooi genomen hoeft voor een zaak, en een ander weet daarin ver beteringen aan te brengen, voor welke hij eveneens octrooi krijgt, dan hebben, wanneer zij zich niet met elkaar weten te verstaan, beiden niets aan hun octrooi. De laatste toch mag niet treden op ’t gebied van den eerste en deze zal Het bekende rijmpje winkel Had Absalom een pruik gedragen Hij waar’ door Joab niet verslagen, wordt in herinnering gebracht zy het dan ook door de tegenstelling door ’t geen dezer dagen te Breda gebeurde. Daar had iemand een bewoner van het Stallingstraatjeruzie met zijn vrouw. Hy greep haar in de vlechten en tros met geweld, maar ’t haar ging los en gaf meê en de man tuimelde boven van de trap waarop hij stond en bleet dood op den steenen vloer liggen. waar Gij hebt mij toch de waarheid gezegd, mijnheer Zy hield op, omdat zij zijn naam niet wist. „Ik heet Lund, Walther Lund,” zeide hij. „In welke banden moet gij u wel niet hebben bevonden, dat gij zoo weinig geloof schenkt aan de woorden van een man Gy schijnt niet te weten, dat een man van eer zich schaamt eene onwaarheid te spreken, zelfs al zou hem dat voordeel kunnen aanbrengenhoeveel te minder zou ik mij hieraan dan schuldig maken tegen over een jong vervolgd schepsel, dat mijne hulp heeft ingeroepen en die ik in mijne bescherming heb genomen „Ik vind dat het tijd wordt, lieve Walther,” zei mistresz Lund, wie deze inleiding van het gesprek vee) te lang duurde, „om aan eene be korting van dit gesprek te denken, als wij althans niet tot aan den morgenstond van onze nachtrust willen verstoken blijven. Als gij er tegen opziet om tot uwe beschermelinge de onvermijdelijke vragen te richten, dan zal ik dat in uwe plaats doen. Gij laat het weer, zooals gij mannen altijd doet, aan het noodige overleg ontbreken, want anders zoudt gij wel bij u-zelf overtuigd zijn, dat het noodig tyd is om ophel- doening bevende stem, „of wachten zij beneden nog op mij, om mij weer meê te sleepen Zij zullen zeker wel getracht hebben u te overredsn, mij weer uit te leveren, nadat gij mij pas een toevluchtsoord in uw huis hebt verleendIk smeek u, zeg mij toch wat zij over mij besloten hebben. Ik kan dien toestand, die het midden houdt tusschen veiligheid en gevaar, op den duur niet verdragen!” „Ik begrijp wel,” antwoordde Walther, „dat eene geruststelling voor uwe opgewonden zenu wen vóór alles noodig is. Laat daarom elke vrees voor eene bedreiging uwer veiligheid op dit oogenblik varenuwe vervolgers zijn weg en zullen gedurende dezen nacht de poging niet herhalen om zich in ’t bezit van uw persoon te stellen.” „O, hoezeer dank ik u,” antwoordde het meisje; en had straks, toen zij met haar bede kwam, de toon harer smeekende stem de innigste snaren van het hart getroffen, thans was dit niet i minder het geval by de roerende innigheid van i haar dank. „Gij weet nog niet wat het be- t Was de vreemdelinge-zelf, teekent, als men vervolgd wordt en dan plotse- ling een hand voelt, die ons aan het gevaar Zyu zy weg,” vroeg zy met eene van aan- ontrukt. Maar zy zyn toen werkelijk weg, niet is voor de gezondheid en vele fabrikanten zijn ook niet genoeg op de hoogte van de weten schap om met juistheid te weten hoeveel van het zuur opgelost mag worden, zonder dat de drank schadelijk wordt. Toezicht van de be voegde autoriteiten was hier dus niet ongepast, meent het Maandblad tegen de vervalsching van levensmiddelen, waaraan het bovenstaande ont leend isvooral ook omdat die mengsels wor den verkocht voor een prijs, die zesmaal zoo hoog is als de werkelijke waarde. Door den inspecteur van het geneeskundig staatstoezicht in de provincie Utrecht is mede gedeeld, dat in April te Baarn een jongen van 6 jaren aan lyssa (hondsdolheid) is o vei leden. De jongen was 9 weken voor zijn overlijden aan de onderlip verwond (een zeer lichte huid- wond) door den beet van een hond, welke den- zelfden dag door den eigenaar werd gedood, omdat de hond vreemd en lastig was, maar zonder dat hij als dol was aangemerkt. Binnen twee dagen nadat bij den jongen ge neeskundige hulp was ingeroepen, overleed deze onder de hevigste verschijnselen van lyssa. Het feit bleek uit de invulling der sterftelijsten. Aan den inspecteur werd er geen kennis van gegeven. op Jacobus Brik. Een-en-dertig getuigen werden gehoord. Het O. M. vordert dat Bernardus van der Heide zal worden schuldig verklaard aan moord en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. 8 N E E K, 8 Juli. Heden morgen had in het daartoe welwillend afgestaan kerkgebouw der Doopsgezinde ge meente de jaarlyksche promotie plaats der leer lingen van het Gymnasium. De rector, dr. A. E. Beuzekamp, hield vooraf eene rede, waarna het besluit van curatoren betreffende de bevordering der leerlingen werd bekend gemaakt. Bevorderd werden van de 1ste tot de 2e klasseonvoorwaardelijk, G. A. v.d. Bergh van Eysinga, H. Goslings, O. Hokwerda, IJ. Stelma, 8. Vellinga en E J. Zijlstravoorwaardelijk Kingma en J. Moquette. Van de 2e tot de3e klasse: onvoorwaardelijk, L. Alma, G. Bouma, H. Britzel, T. Dokkum, J. Heep, B. Heeres, L. Miedema, J. de Mol Moncourt, B. Mossel en A. Sedee; voorwaardelijk, H- van Griethuizen en F. Moquetteafgewezen 1. Van de 3e tot de 4e klasseonvoor waardelijk, H. Beekhuis, 8. Dwarsbuis, J. Keilman en J. L. Kleinvoorwaardelijk, J. Crolesafge wezen 1. Van de 4e tot de 5e klasseonvoorwaardelijk, T. C. A, Bölger, L. Britzel, F. van der Feea, 8. van der Goot, G. Harders, H. Jorritsma, J. Keulen, G. Vellinga, F. Wissel en D. de Witte; afgewezen 1. Van de 5e tot de 6e klasse onvoorwaardelijk, J. Conradi, R. Euderlee, K. éreel, T. Gonggrijp, A. van der Heij, W. Hingst, H. Moquette, F. B. Mossel, J. Posthumus, H. J. Seihorst, A. van der Sluis, D. N. Breunissen Troost, P. Veen, N. Warmolts, W. Warmolts eu J. A. E. War- tena voorwaardelijk, J. Dardenne Ankringa-en B. de Jong. f Mejuffrouw Geertruida Mossel alhier slaagde jl. Donderdag voor ’t examen van apothekers bediende. Tot hoofd der school te Nieuwolda is be noemd onze vroegere stadgenoot de heer 8. Jou- stra, thans onderwijzer te Groningen. De samenkomst van het XXe Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres zal worden ver vroegd. Het congres zal thans worden gehou den op 15, 16 en 17 September, terwijl men hoopt dat de ontvangst ten raadhuize te Amster dam op 14 September zal kunnen plaats hebben. De avonden zyn bestemd voor twee uitvoeringen in den Stadsschouwburg. Op een daarvan zal waarschijnlijk worden opgevoerd Shakespeare’s „Macbeth” in de vertaling van dr. Burgersdyk; op de andere zullen do rijen uit Vcndel’s „Lu cifer” voor koor en orkest worden ten gehoore gebracht, terwijl voor het letterkundige gedeelte wordt gerekend op de medewerking van eenige uitmuntende sprekers uit noord en zuid. Van de opvoering van „Salmoneus” van Vondel is afgezien. Een huisvrouw te Rotterdam had Dinsdag, volgens de Maasbode, door haar dochtertje een ons boter laten halen. De winkelier had het schaaltje, waarin de boter gehaald werd, gedekt met een paar bladen uit een oud psalmboek. Toen het kind met de boter thuisgekomen was, ontdekte moeder de vrouw, dat er tusschen de bladen papier een muntje van f 50 zatzij ging dat aan den winkelier terug brengen deze, die het psalmboek onder oud papier had gekocht, deelde met haar het buitenkansje en schonk haar f 25zij kon het goed gebruiken.

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan

Sneeker Nieuwsblad nl | 1887 | | pagina 2