KERKDIENSTEN KAPPIE EN DE KRAAK-KRAKERS 0011 i Ingerekend, maar niet uitgeteld! Douwe Woudstra forstoarn pas foto bondsspaarbank bolsward 2644 05100 - 55 555 Roman fan de earme Fryske heide fan J. A. Visscher Interkerkelijk avondgebed APOTHEEK J DOOPSGEZINDE GEMEENTE GEREF. KERK A.O.W. EN PENSIOEN via een SPAARBANK WEEKENDDIENSTEN gezinsbank zonder winstdoel spreekuur 10.00 - 10.30 uur ’s avonds 6.30 - 7.00 uur FOTO STUDIO VAN DIJK Pagina 2 VRIJDAG 6 APRIL 1979 BOLSWARDS NIEUWSBLAD 9 DIVERSEN WYMBRITSERADEEL t BAPTISTEN GEMEENTE Br. SPAAKGIROREKEN1NG Voor orde op geldzaken spaargiro bij uw BONDS- Vader ii 91 .en „KOMMANDO-HOCHOFEN” Atze vertelt! Boodschappen van 9-10 uur 2 uur spreekuur BOLSWARD: 9.00 uur: ds. Knipscheer Afscheidsdienst Zondagsschool MAKKUM: 10.45 uur: ds. Knipscheer, Viering Avondmaal ZONDAG 8 APRIL (PALMZONDAG) NED. HERV. KERK BOLSWARD: Verg, van Gelovigen, Laag 14: 9.30 uur: samenkomst met breking des broods SNEEK: Geref. Kerk (vrijgemaakt) Kleinzand 22: 9.30 uur: Leesdienst; 14.30 uur: ds. de Vries, Harlingen BOLSWARD: zaterdagsavonds 19.00 uur: Eucharistieviering; zondags om 9.30 .uur: Hoogmis; 11.30 uur: Mis en Avond mis om 19.00 uur. BURGWERD: St. Johanneskapel: 10.00 uur: Eucharistieviering WORKUM: 8.00 uur: Vroegmis; 10.00 uur:'Hoogmis; 19.30 uur Lof MAKKUM: zaterdag 18.00 uur: H.Mis; zondag 10.30 uur: Hoogmis WITMARSUM: zaterdag 19.30 uur: H. Mis; zondag 9.00 uur: Hoogmis ROODHUIS: zaterdag 19.00 uur H.Mis; zondag 9.30 uur: H.Mis Jongemastraat 31-33 Bolsward telefoon 05157 - 2325 SNEL EN GOED heugende leuze zien prijken: Arbeit schaft Freude”. Welnu, ook ons wordt die vreugde bereid. Weer „omkleden”; je went eraan hoe dat gaat. Nu heb ik een keurig kostuum. Zwarte broek met gouden, biezen. Jasje, met ook iets geels er op, niet zozeer voor verfraaiing als wel voor de herkenbaarheid; je zou eens willen vluchten Dan gaat de „Friese groep” uiteen. Naar verschillende fabrieken in de omtrek en in allerlei barakken bij die fabrieken als nacht- en vrije-tijd-verblijf. Douwe Sandstra en ik komen in dezelfde barak. Hij vindt zijn werk in de schroevenfabriek; mijn taak ligt bij de hoogovens. De Klöcknerwerke A.G. in Friedrich Wilhelmshütte bij Trois dorf zal onze werkgever zijn; daar zijn we „uitbestéed” door het gevangenendirectoraat. Het administratief adres blijft: „Louisenstrasze 23, Siegburg”. Hoogovenwerk heet: zware arbeid. Zware arbeid geeft extra rantsoenen. Dat voordeel gaat hand in hand met het wachtende werk. Werk met ijzer en vuur! Zullen we het aan kunnen? Laat de hitte maar stoven; worden uren verschoven, het rantsoen wacht or mij Ook dit vuur zal eens doven; ik blijf aldoor geloven: „ik kom toch wel weer vrij!” de de APOTHEEK BERKHEMER, Appelmarkt 8, Bolsward Tel. 05157 - 2283, b.g.g. 2362 Stichting Maatschappelijke Dienstverlening FRIESLAND-WEST De Spinnekop 8 - Witmarsum telefoon 05175 - 1615 Grote Dijlakker 18 - Bolsward telefoon 05157 - 2377 Vrijdag om 18.00 uur en eindigende maandag 8.00 uur H. DRENTH S. Sjeardemalaan 72, Ijlst Telefoon 05155 - 1263 DOKTERS en ZUSTERS G. HEIDA Jongemastraat 10, tel. 2523 ARUM: v. Camminghaweg: 9.30 uur: ds. Spriensma; 14.00 uur: ds. Westerman ARUM Schoolstraat: 9.30 uur: leesdienst; 14.00 uur: ds. Poutsma BOLSWARD: 9.30 uur: ds. Sinia; 17.00 ds. Eringa SCHETTENS: 9.30 uur: ds. Ros; 13.30 uur: ds. Sinia i WOMMELS: 9.30 ds. Versteeg; 13.45 ds. Boonstra WORKUM: 9.30 en 14.00 uur: ds. de Boer HEIDENSCHAP: 19.30 uur: dhr Tol BOLSWARD Kapel Skilwyk: 19.00 uur: ds. Oldenburger MAKKUM: 10.45 uur: ds. Hoijus WORKUM: 9.15 uur: ds. Horjus R.K. KERK „MOEDERS voor MOEDERS” voor: Sneek, Bolsward: Mevr. M. van Veen-Stout, Kaar 12, Sneek, telefoon 05150 - 14543 TANDARTSEN S. VAN HOUTEN Jongemastraat 13B, Bolsward Telefoon 05157 - 2049 Vanaf vrijdagavonds 6 uur Alleen voor spoedgevallen Zr. J. C. DE VRIES Secr. Haitsmalaan 34, Bolsward Telefoon 05157 - 3529 Zaterdag en zondagsmorgens vóór 8 uur zaterdag en zondagmiddag 1 - 2 uur „M-maar. s-s-schuif. „Sssst!” siste Eulalia. „Je hoeft hem toch niet te vertellen wat je hebt gedaan? Dat zou hem alleen-naar zenuwachtig maken en dat wil je toch niet? Kom maar, ik zal je helpen met dat roet. Dan kan je me meteen de restm dit onzinkbare schip laten zien.” Gezinsverzorging/Bejaarden/ Chron. ziekenzorg zowel te Witmarsum als Bols ward elke ochtend (ma. t.e.m. vrijd.) van 8.30 - 9.30 uur. POLITIE BOLSWARD Politie Alarmnummer: b.g.g. in spoedgevallen: BIJ BRAND: Voor brandmelding belle men: Sa’n Heidekeardel In de gloeiende oven komt het onderste boven, komt het zuiverste vrij. In de gloed van de oven komen slakken naar bóven, als een goud-zwarte brij. Spreekuren: Maatschappelijk Werk Witmarsum: elke ochtend (ma. t/m vrijd.) 8.30 - 9.30 uur Bolsward: elke donderdag van 9-10 uur WOMMELSL 9.30 Nieboer Fr. Tsj. HIDAARD: 10.45 uur: ds. Nieboer WONS: 13.30 uur: mevr. v.d. Vlekkert WORKUM: 9.30 uur: ds. Vroegindeweij; 19.30 ds. Pool HEIDENSCHAP: 13.30 uur: ds. Vroegindeweij ZURICH: 10.30 uur: ds. Bomer NIJLAND: 9.00 uur: ds. van Lieren, Openb. bel.; 13.45 uur: ds. den Hartog Klaar terwijl u wacht! uw belediging! Ik heb nog nooit zo’n oprechte, eerlijke, aardige man gezien als Tjeerd! U moest u schamen!” Kappie werd wat onzeker. „Hm,” gromde hij. „De maat doet raar, de laatste tijd. Kom, schiet een beetje op met dat geklonter aan die touwen. Je moet roetruimen, voor het schip helemaal onder zit. Die ontploffing heeft een bende gemaakt alsof dit een kolen schuit is op de wilde vaart!” mompelde de stuurman, „ik h-heb die EXMQRRA: 9.30 uur: dhr. Zantema Fr. Tsj.; 13.45 uur: ds. Van Helden, Openb. bel. ARUM: 9.30 uur: ds. v.d. Wal WELSRIJP: 13.30 uur: ds. Dee BAIJUM: 9.30 uur: ds. Dee BOLSWARD: 10.00 Belijdenisdienst GAAST: 9.30 uur: ds. van Helden FERWOUDE: 13.45 uur: ds. Ros BURGWERD: 13.30 uur: ds. Bomer HICHTUM: 9.30 uur: ds. Roozendal KIMSWERD: zie Arum KUBAARD: 9.30 uur: ds. Wiltink, Openb. bel. WAAXENS: 13.30 uur: ds. Roozendal LUTKEWIERUM: 13.30 uur: ds. de Bue MAKKUM: 9.30 uur: ds. Weijsenfeld; 19.00 uur: ds. Glashouwer SCHETTENS: 9.30 uur: ds. Ros; 13.30 uur: ds. Sinia CORNWERD: 13.30 uur: ds. Glashouwer PIAAM: 13.30 uur: ds. Weijsenfeld OOSTEREND: 9.30 en 13.45 uur: ds. v.d. Hoeven, Openb. bel. H.D. en H.A. OOSTERLITTENS: 10.00 uur: ds. v.d. Kooi PINGJUM: 10.30 uur: dienst in Zurich SPANNUM: 13.30 uur: ds. Wiltink PARREGA: 13.45 uur: ds. Dubbeldam HIESLUM: 9.30 uur: ds. Schaap TZUM: 9.30 uur: ds. Schelling; 13.30 uur: ds. Scholten WITMARSÜM: 9.15 uur: ds. Bomer YTENS: 19.30 uur: ds. Elsinga WINSUM: 9.30 uur: da. Y. Slik, H.D. en 19.30 uur: ds. BAERD - Op 28 maert is nei in hertoanfal hastich forstoarn de Baer- der aid-smid Douwe Woudstra, hast 60 jier aid. De smidtery Sipke Woud stra hie in goede namme yn Baerd en omkriten. Soan Douwe krige fan heit in goede oplieding, in doarpssmid moat fan alles kinne en dat koenen hja: hynders bislaen, reed meitsje, elektrysk, wetterlieding, taxiride en gean sa mar troch. Forskate kearen hat Douwe üs klompen kramme as de kap der óf wie of de hakke der üt. Foar elts hie hy tiid en de rekkens foelen de minsken altyd ta. Koartlyn ha wy noch tynge dien fan de reüny fan de 4 mannen üt Baerd fan ’e alvestêddetocht op redens yn 1933. It oarèijier soene de mannen mei har froulju wer in gesellige dei halde. It kin nou al net mear, in goede fakman, in aktive bistjürslid fan keatsfor- iening, fan de Baerder merke ensfh. Hiel hwat jierren hat er mei nocht dizze baentsjes dien. Noch mar inkelde jierren lyn hat er dit wurk oerdroegen oan jonge krêften. Ek yn de serviceflat to Frientsier hie er al wer in aktive baen fan ’e mienskip. Elts dy’t Douwe smid kennen hat sil him misse. Wy winskje syn frou en bem sterkte ta yn dit forties. De illusie, door de advocaat voorgespiegeld, als zouden we misschien in de Noordoostpolder tewerkgesteld worden, ver dween, om plaats te maken voor de idylle van een buitenlandse reis. Bij ’t krieken van de dageraad maakten we óns reisvaardig en namen afscheid van de achterblijvende celgenoten. We ontvingen alles terug, wat ingeleverd was, behalve ons geld, dat de transportleider voor zijn rekening nam. Moedig stapten we in de met ondoorzichtig zeildoek overhuifde toeringcar van de „Wehrmacht”, die ons tempo-tempo door de stad naar ’t station reed. Je voelde de mensen opzij stuiven; zien kon je ze niet. Zien, kon je alleen van terzij onderlangs het zeildoek een strook asfaltweg, af en toe onderbroken door een kruisende tramrail. Gewillig ontsloten zich de hekken naar het voor ons afgezette perrongedeelte. Gereserveerde wagons, met achter en vóór S.S.rpalfreniers als livreiknechten in uniform om ons van dienst te zijn. Maar dan kwam je met twaalf man in een tienpersoons coupé en besefte toch, geen hoge heren, maar slechts gevangenen-op- transport te zijn. Onder geen beding mocht je de gesloten gordijntjes openen of het raam op een kier zetten. Langs de rug van de vóór de coupédeur postende bewaker, meenden we op een volgend perron nog bekende gezichten te ontwaren, maar het was te ver af om contact te krijgen. We hadden voorlopig vaarwel te zeggen aan al het eigene, om een onbestemde bestemming tegemoet te gaan. WITMARSUM - De eucomenische werk groep van Witmarsum had afgelopen zondag weer een gebedsdienst georga niseerd in de Doopsgezinde kerk. Thema was dit keer: „Dood en leven; op weg naar Pasen”. Na een goede dienst, waarin ds. C. Versteeg de meditatie verzorgde, was er nog gelegenheid om met elkaar te praten over datgene wat men had gehoord. De laatste zondag in april houdt de werkgroep de laatste dienst van dit seizoen. Het thema zal dan zijn „Op weg naar een nieuwe levens stijl.” Ik sil foarüt fytse nei it doarp en dêre de glêzen wein fan Damstra bestelle. Jimme kuierje dy kant ek mar üt, dan kinne jim jün noch nei Drachten brocht wurde en om acht oere mei de tram op it Fean wêze en dan moatte jim dêrwei de trein nei Ljouwert ha.” It besefte har der suver fan. It wie oft der in ierdskodding, in oerstreaming, in bran en swier waar, alles tagelyk oer har kaam. Mem benammen gie de grize oer de grouwe. Hja hie noch mar ienkear yn in tram sitten en wie der doe sa raar fan warden. En in trein like har noch helte grutter gefaar. En dan earst noch nei Drachten yn de glêzen wein! Net fanwegen de sinten, dat soe him wol réde, mar hja hearden der net yn, dat wie mear foar grutte lju. En foar dümny, as dy syn folk fan de tram helje moast. En dan in nacht fan hüs, want dêr soe it wol op ütdraaie. Doe’t de de post noch frege, oft hja dejüns werom komme koene, sei dy: „Och, stumper, der is gjin tinken oan. Jim moatte fannacht yn in loazjemint en dan moarn mar ris wer sjen.” In nacht fan hüs! Dat wie yn har trouwen noch nea earder bard. It gie mem benammen tige oan, hja fielde har slim üngelokkich. En mids dat alles seach se düdlik in bêd, dêr’t Gosling op lei, sa wyt as in doek. Wa wit, róp er no wol oan syn mem. Ofnee, net oan tinke wied er al wei! Mar der wie gjin tiid om te mimerjen. De postrinder wie al wer op ’e fyts stapt en Rapke en Sjouk ferklaaiden har, wylst fan wjerskanten de buorlju al by har oer de flier kamen. Ut nijsgjirrigens, mar doe’t se it drove nijs hearden, ek om har te treasten. Hja hiene it tige mei Gosling syn aldelju te dwaan. De neiste buorlju giene ek mei nei it doarp, oant se yn de glêzen wein stapt wiene. It skimere al omraak doe’t se üt it doarp de strjitwei oprieden en it wie heit en mem bang te moede. Krekt as waarden se de binnelannen fan in nij üntslutsen wralddiel ynstjoerd en stie it yn ’e kiif oft se wol ea it paad werom fine soene. Dêr sieten se dan wat ferlegen en ünwennich efteryn it glêzen weintsje mei al dat gekreak fan de fearren, it klepperjen fan de rütsjes en it ratteljen fan de tsjillen op de klinkerts fan de strjitwei. It wie krekt as yn in eangstige dream. Heit sei it measte net en siet mar wat te pypken. Sa sünder erch, lykwols. Mem wie ek de stille kant it neist. Se kamen yn Drachten en doe yn ’e tram. De kondukteur hie der al fan heard. Hy hie seis ek as soldaat te Ljouwert lein en treaste de beide aide minsken, dat se yn it hospitaal dêre wakker noed foar de jonges stiene en dat syn mem him net better fersoargje kinnen hie, doe’t er dêre mei readfonk tahalde moast as hja dêre doe diene. Dat ferhaal waard it net minder fan en sa saksearre de spanning wat en it wie in hiele gerêststelling, doe’t de Geldermalsen, Tiel, Kesteren goed, datje vroeger op school de spoorboekrijtjes moest leren opzeggen. Heel de bloeiende Betuwe, nog ongerept in volle zomerpracht, rolde onze ramen voorbij, nageoogd door een clandestien kiertje van het gordijntje, ongemerkt met de mouw opzij gewerkt. Nijmegen: brokstukken van gebombardeerde stationsgedeelten ontlokten onze geleiders de verwensing: „Die verdammten Englander, schmeiszen alles kaput!” Kleef: Uitstappen. De eerste voetstappen op buitenlandse bodem vormden een stadswandeling onder leiding, naar de hotelruimte in de gevangenis. Een overbevolkt verblijf. Met z’n zevenen in een tweepersoons cel is passen en meten als een legpuzzel, om ieder een ligplaats te verzekeren. Iemand had een klein schaakspelletje aan de kontrole laten ontkomen; echt een sport, die weinig speelruimte vergt. Zo n paar dagen Kleef zijn gauw geleden, ’t Is een doorgangs huis; goed om te wennen aan het echte Duitsland. Weer fluit de trein voor vertrek. Ook gevangen Duitsers gaan nu mee. Eén van hen vindt het maar erg, tot tuchthuisstraf veroordeeld te zijn. Dat blijft op je strafblad staan. Je mag met zo’n belast verleden geen eigen zaak beginnen. Hij is er zwaarder mee getroffen dan wij. Wij zitten die tijd toch niet uit, dan zijn we al lang bevrijd: dat is onze theorie van de hoop! Siegburg: einddoel van de treinreis. De kloosterburcht op de berg beheerst het stadsbeeld. De oude, keizerlijke gevangenis heeft een meer bescheiden bouwplaats gekregen, maar doet wel deftig aan. Er is ook gezelligheid mogelijk; je bent met honderdentwee man in één zaal. Midden in de ruimte, een paar treden omhoog, is het „kabinet”. Min of meer verheven boven het gedoe van de andere gedetineerden, kun je daar, in (alle) rust je dagelijkse sanitaire plicht plegen. Het is een betrekkelijke rust; ook die anderen willen of moeten hetzelfde op die éne zetel en geen haakje bleek bestand tegen het rammelen aan de deur. Zaal zeven hoe zou ’t in de andere zes zijn? lokt niet tot lang logies. Met drie dagen is ’t al welletjes. Op fabrieken onderweg hadden we al met koeieletters de ver- Op een half-tons-autotje werden we met z’n vieren - en een bewaker - door de zonnige straten van Siegburg gereden naar de fabrieksterreinen in Troisdorf. Dorre, verstofte fabriekshallen waren versierd met brallende leuzen: „Wir schaffen für den Sieg.” „Wir glauben in Deutschlands Kraft.” Wij geloofden weer anders Een sobere, bruin geteerde, houten barak, door hoge ijzeren hekken ingesloten, droeg de spreuk: Strafgefangenenlager Dat kon ons logement wel eens worden. Ons autotje droeg naast ons de gamellen, de eetketels, met het diner voor onze al ingeburgerde lotgenoten. ’t Liep tegen twaalven. Middagmaal-tijd. Onder hoge, ruisende populieren mochten wij gaan zitten, op schoot bij Moeder Aarde. Daar kwamen onze lotgenoten aangemarcheerd. Aantreden voor de soep. Eerlijk gezegd keken we hen maar wat meewarig aan verbeeldden ons, dat we daar toch niet bij pasten. Mannen op klompen - in bedelaarslompen; zwarte handen, %ore gezichten. Ze drongen zich als varkens om de trog rond de eetketels, om zich van hun rantsoen geen drup te laten ontkomen. Wij vonden onszelf nog nette mensen. Zouden wij er niet verzorgder blijven uitzien en wat minder gulzig naar oe gamellen glippen? Nauwelijks had de laatste man z’n pannetje leeggelikt, of het commando „Aantreden” klonk. Vier van de mannen leenden ons vrijwillig hun lege pannetje met lepelom ons ook onze eetlust te laten lenigen, voorzover de voorraad voedsel strekte. Dan rijst er met dankbare blik toch respect voor de verguisde lotgenoten, die er blijkbaar meer van begrepen dan wij rantsoen was „groen”, van ondefinieerbare samenstelling, anderen kenden dit al vijf dagen; de eerstvolgende week zoudei we niets anders dan dit krijgen voorgeschoteld. Overigens hadden we geluk, zo verzekerde men ons, want d barak was pas ontluisd. (Wordt vervolgd) kondukteur sei, dat er wol krekt wist, hoenear de treinen nei Ljouwert fuort giene en dat hy wol efkes in kaartsje keapje soe. En benammen doe’t er moai krekt fertelle koe, wer’t it militair hospitaal te finen wie. Oan de singel, Hy lei de wei derhinne üt, te begjinnen by it stasjon wei en as hja dan by in brêge kamen, moasten se seis mar fierder freegje. In pear oere letter wie it dan safier en it kaam allegearre krekt sa üt as de kondukteur har sein hie. It wie omtrint al tsien oere, doe’t troch it stille plantsoen runen, eangstich en fijemd as in pear ferdwaalde bern yn in fijemd bosk, oaht se de poarte fan it gebou, dêr’t har jonge lizze moast, foar har oprizen seagen. Hja waarden wol wat kjel fan it lüd, dat de skille makke en dat" neigalme yn ’e holle gong. In korperaal die iepen, sei goejün en frege oft hja de alden fan Gosling wiene. „Jawol, mynear,” sei heit wakker freonlik, „wy komme fanwegen üs Gosling.” No koe mem har net langer bedimje, hja naam de gelegenheid te baat om ien en oar oan de weet te kommen.” „Is er slim siik, jongeman?” frege se de korperaal. Dy knikte earnstich en sei oars net as: „Wachtsje jimme mar efkes, dan komt de sersjant wol by jimme.” Doe’t dy kaam, mochten se efkes mei it grutte gebou troch. Hja runen hoeden, suver op ’e teannen en noch klonken har fuotstappen under de bogen fan de lange gong. Sa kamen se by in seal dêr’t in hiele rige wite ledekanten stie mei hjir en dêr it bleke antlit fan in jongkeardel djip yn it kessen wei. Mem rekke der suver hielendal fan oertsjoer. Har hert run oer fan begrutsjen en meilibjen mei dizze jonge libbens. Hja krige har man yn ’e earm, omdat hja wat stipe nedich hie en doe dêr jinsen yn ’e hóeke lei har jonge, har bem deasiik. „Longuntstekking,” sei de sersjant. „En no mar kalm wêze, minsken. Hy moat rêstich bliuwe, hat dokter sein, dan is der noch hoop. En moarnier meie jimme wol efkes werkomme om him te sjen.” En doe, wylst er him djip oer de feint hinne bügde, sei er freonlik en hoeden tsjin de sike: „Gosling, hjir binne dyn heit en dyn mem!" Der glied in flauwe glim oer it antlit fan de sike en wurch kearde hy de holle nei har ta. Hy besocht eat tsjin syn alden te sizzen, mar koe oarns net as mei lijen ütbringe: „Heit,mem.” Wat hie mem him doe graach efkes yn ’e earmen nommen of hie se him ris lekker bestoppe, mar dat koe hjirre net. Hja mocht him allinne mar efkes sêft oer de holle aaie. „Myn jonge!” sei se, oars neat. Heit halde him goed. Hy krige syn wyfke by de earm en sei: „Hy is yn God. ha„, mem!” 30 „Weet u heel zeker dat deze sleepboot niet aan het vergaan is?” vroeg Eulalia, die nauwelijks haar teleurstelling kon verbergen. „Er klonk zo’n harde knal!” „Heel zeker,” antwoordde Kappie kortaf. „De rookschuif was vastgezet maar kon nog net op tijd geopend worden. Ik zou wel eens willen weten, wie ér aan dat ding heeft zitten 'prutsen! Jij soms, maat? Jij was het laatste in machinekamer en je scharrelde verdacht rond, zei meester.” „Foei!” riep de dame afkeurend. „U beschuldigt stuurman? Dat is een 8 O

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan (Bolswards Nieuwsblad, Sneeker Nieuwsblad en Friso)

Bolswards Nieuwsblad nl | 1979 | | pagina 2