1 EEN „LELIE OP HET VELD”. L T T tig I i D i - pj gei Ide [de zie. Wa; St BINNENLAND. ecn kind Blijk- mama FEUILLETON. bereikt de en (Vervolg en slot.) Novelle van G. Lisz—Blanc. v< v< Vl di in W: bl 8. 8t vii LI vv ba de Sri ste ia; lier Ide 1st!’ I zelfde rijksbijdragen verleend. De heer Pijttersen heeft bericht dat hij, in overleg met de regeering, het door hem inge diende wets-ontwerp tot instelling van Kamers van Arbeid intrekt. Te Velp is in voorloopige hechtenis genomen en naar Arnhem vervoerd zekere W.banket bakker, verdacht zijn vrouw met vergif naar het leven te hebben gestaan. naar den man, dien zij voor een indringer aan ziet. En professor Werner verliest onder het be wustzijn dezer voor de hand liggende verden king zijn gewoon zelfvertrouwen. Eene ver ontschuldiging stamelende, trekt hij zich schuw terughij waagt het niet die totaal vreem de, onmiskenbaar hoogst fatsoenlijke dame zijn hulp aan te bieden, die slechts in den vorm van een gift in geld zou kunnen bestaan. Door het bestuur van de „Vereeniging tot bestrijding van knoeierijen in den boterhandel“ is aan den minister van justitie en den minister van waterstaat een adres gericht, waarin het als zijne overtuiging uitspreekt, dat het drin gend noodig is eenige wijzigingen te brengen in de wet van 23 Juni 1889, inhoudende be palingen tot voorkoming van bedrog in den boterhandel. Het bestuur wenscht dat de eerste alinea van art. 2 aldus zal luiden: „Het is verboden een surrogaat van boter te vervoeren, te leveren of het in een winkel of op eenige andere openbare verkoopplaats voor handen te hebben, indien niet op de verpak king of, bij gebreke daarvan, op de waar zel ve, het woord „margarine11, of, is de waar niet uit oleo-margarine bereid het woord „surrogaat*4 in duidelijke letters voorkomt. Het bestuur wenscht voorts de controle te versterken en in art. 7 de strafbepaling zóó gewijzigd te zien, dat bij herhaling eener over treding altijd hechtenis wordt toegepast. „Lieve ma- gaan, niet „Die ver- Het Vad. verneemt, dat de verschijning van een blad onder leiding der tegenwoordige re dactie van de Amsterdammer, D. v. N.ver zekerd is; onzeker is nog slechts, of het reeds met 1 October kan geschieden. Bij de voorloopige commissie te ’s Hage tot oprichting van een fonds ter tegemoetkoming in de opvoeding van de wettig erkende kinde ren van officieren en onderofficieren van het Indische leger, wier vader voor den vijand is gesneuveld of tengevolge van bekomen wonden overleden, is tot heden ontvangen f3443.031/,. Op verschillende plaatsen van ons land hebben zich comités gevormd, waarvan de resultaten nog niet bekend zijn. De ontvangen gelden zijn gedeponeerd bij de Nederlandsche Bank. Leden der voorloopige commissie zijn de hh. A. L. Schmidt Jr. J. M. Pijnacker Hordijk, jhr. mr. W. Th. C. van Doorn, J. A. van der Loeff en D. A. Hooijer te Den Haag. Recht voor Allen deelt mede, dat in de ver leden Vrijdag gehouden huishoudelijke vergade ring der afdeeling Amsterdam van den sociaal- democratischen bond J. A. Fortuijn met bijna algemeene stemmen geroïeerd is als lid. Vóór dien tijd heeft J. A. Fortuijn de volgen de verklaring afgelegd, die volgens besluit der vergadering en met goedvinden van Fortuijn zelf gepubliceerd wordt Ik verklaar, dat ik op de vergadering, op 26 Augustus te Zwolle gehouden, was in opgewon den toestand, en thans mijn gedrag afkeur; Ik verklaar, dat ik in het minst geen smet heb willen aanwrijven aan den Centralen Raad; Ik verklaar enkel te meenen, dat de Centra le Raad een blok heeft aan het been met het De Tijd deelt mede, dat dr. Kuyper over een week of vier zoo ver hersteld zal zijn, dat hij Brussel zal kunnen verlaten, om daarna tot verder herstel van zijn gezondheid zich naar Montreux te begeven, waar hij waarschijnlijk tot het einde van dit jaar zal verblijven. Er steekt een koude wind op hij suist door de palmen en doet hun slanke schaduwen spook' ach |kou piot nan dun de Be l en hart pgc oogt [rou ■Jekt Jen FJ t ge v L Ll |egei Pond [e ei kneti sendi ?eve: St W zending van dit kabinet reeds dit zittingsjaar zal worden behandeld. Laat ons hopen, zegt het blad, dat men bij de bewerkers daarvan rekening gehouden heeft niet enkel met de belangen eener partij, niet enkel met de geliefkoosde denkbeelden van een gedeelte des volks, niet vooral ook met de ijdele dreigementen, door welke onwettig ge weld een goedkoope zegepraal wil verwerven, maar met onze nationale verhoudingen en hoe danigheden. Zij stelle zich niet zoozeer tot taak eenvoudig te hervormen, als wel inderdaad te verbeteren. Te Eijgelshoven (L.) heeft Zondag een vecht partij plaats gehad, die tot treurige gevolgen heeft geleid. Een der vechtersbazen, een 44 jarigen schoenmaker, vader van 7 kinderen, werd onmiddellijk door messteken gedood, ter wijl een der anderen Maandag aan de bekomen wonden is overleden. De justitie heeft zich terstond naar de plaats van de misdaad bege ven en drie personen als vermoedehjke schul digen aan deze moordpartij. Laten arresteeren. Maandag avond keerden twee heeren uit Mep- pel per rijwiel van Ruinerwold huiswaarts, toen zij, naar aan de A. R. Ct. wordt meegedeeld, halfweg Meppol door vier personen (boerenke rels uit Ruinerwold) verraderlijk werden aange rand, van de fiets geworpen en met messen vaderland voor heeft en hoopt dat zijn regeer- beleid van dien aard zal zijn, dat alle richtin gen het sympathie zullen kunnen blijven schen ken. De Amsterdammer merkt op, dat de troon rede niet te weinig, maar eer te veel belooft. Het Centrum meent dat de twee hoofdscho tels kieswet en personeel, voor dit jaar als ernstige toezegging aanvaard kunnen worden, maar dat om alles af te handelen wat aange- kondigd wordt stellig een geheel vierjaarlijksche parlementaire periode beschikbaar moet zijn. Het Vad. heeft er vrede mee dat menig ont werp wordt aangekondigd, ook al laat het zich aanzien dat het onmogelijk zal zijn dit alles in éen jaar te voltooien. Metingenomenheid mersit het op dat het tegenwoordig kabinet van het vorige, welks levensdraad ontijdig werd afge sneden, het een en ander heeft opgevat. Het baart haar echter verwondering, dat de regeling der eedsquaestie, der lijkverbranding en der leerplicht ontbreken. Dat land-en tuin- bouw-onderwijs noodiger geacht schijnen te wor den dan vak- en ambachts-onderwijs zal, meent het blad, nader verklaring behoeven. Subsidi- eering van middelbare scholen voor meisjes juicht het blad echter toe. Het blad constateert voorts met genoegen dat de regeering de sociale quaestie ernstig onder het oog ziethet had echter gaarne gezien dat de minister van justitie enkele onderwerpen van strafrecht en burgerlijk recht had ter hand ge nomen. Wat de landverdediging betreft valt, naar t blad meent, duidelijk te bespeuren de negatieve invloed der krachten, waaraan het ministerie het aanzijn te danken heeft. Het heeft er echter vrede mee, zooals de zaken nu staan, dat deze minister van oorlog geen legerhervor- ming aankon digt. De koloniale paragraaf acht het blad min der bevredigend, omdat de minister Bergsma het hervormingswerk van zijn voorganger laat rusten en niets beters weet te doen dan Pene- lope’s nachtelijke rol op zich te nemen en weer uit te rafelen wat eindelijk op touw was gezet. Bij de bespreking der „eerbiedwaardige lijst van regelingen1*, welke het ministerie zich ten doel stelt tot stand te brengen, herinnert het Hand, aan de „beperkte taak11 waarvan bij het optreden van het ministerie in de rede van den heer Roëll op 16 Mei sprake was. „Is het denkbaar, vraagt het blad, dat de regeering die reuzentaak inderdaad ten uitvoer brengt in de korte spanne tijds welke vereischt zou wor den, indien inderdaad de afdoening van het kiesrecht op den voorgrond bleef staan?11 Het ministerie in de eerste plaats, zal wel de on mogelijkheid inzien van zulk een ongehoorde snelwetgeving. Het Hand, gelooft niet dat de nieuwe kieswet voor 1896 in openbare behandeling zal komen. [Zij zal, zijn de jongste berichten juist, waar schijnlijk in Februari worden ingediend.] Die indiening beteekent, zegt het blad, niet, dat de ontwerpen reeds op de tafel van den voorzitter liggen. Gelukt het de ontwerpen tot wetten te verheffen, dan zullen, meent het blad, de nieu we verkiezingen eerst met de gewone aftreding der Kamer in 1897 samenvallen. In die onder stelling heeft het Kabinet inderdaad geruimen tijd voor zich. Het wil, meent het Hand., als zyn voorganger tevens een ministerie van her vorming zijn en op elk gebied sporen van zijn bestuan achterlaten. In de sociale wetgeving b.v. wil het zoo belangrijke maatregelen als een Bij Kon. besluit zijn toegekend de volgende rijksbijdragen ter tegemoetkoming in de kosten van de huishouding der gemeente over 1894 Ooststellingwerf x 12,500, Opsterland f24,000 en Weststellingwerf f31,500. Over 1893 werden aan deze gemeenten de- begrafenisfonds en dat, naar ik meen, de Cen- trale Raad verwachtte, dat Vliegen het begra- mH nisfonds zou verdonkeremanen. Het door het Centrum verspreid bericht om- I trent een scheuring in den bond van spoor- en I tramweg-personeel Steeds Voorwaarts is volgens J den len secretaris van deze vereeniging onjuist. Wl? Het sprookje, dat mr. Troelstra te Utrecht Bp redacteur van ons vakblad zou zijn, heet het I verder, is, tegen beter weten, door de redactie I van Recht voor Allen verspreid, kennelijk met I het doel twist in onze gelederen te brengen. I De redacteur van ons blad De Seingever is een I vakman, welke uitsluitend om benadeeling in k zijn positie te voorkomen gebruik maakt van i het adres van mr. Troelstra om aldaar de voor j hem of het blad bestemde stukken in ontvangst te nemen. pensioen- en verzekering-regeling tot stand brengen. Al heeft nu echter het uitstel van de oplos sing van het kiesrechtvraagstuk zijn bedenke lijke zijde, het Hand, gelooft niet dat het eenig nut zou hebben het ministerie daarom te be strijden. Dat leerplicht en persoonlijke dienstplicht van het programma verdwenen zijn betreurt het Hand. De Standaard acht de voorspelling van het kiesrecht bemoedigend. „Wel niet, zoo redeneert zij dat zij ons afdoening van de electorale quaestie belooft want die kan deze regeering ons niet brengen, daar zij geboren werd juist uit het conflict met Tak’s kieswet. „Neen, maar bemoedigend, omdat we de op lossing dan toch nader komen. De weg, dien Tak in éen marsch wilde afleggen, zal nu in twee marschen worden verdeeld, en voor den eersten marsch staat de regeering aangetreden onder leiding van minister Van Houten. „Na hem komt een ander leider voor de i laatste helft van den weg.11 Het feit, dat Kieswet en Personeel in eenen adem genoemd worden, wijst, meent de Stand., naar een Censuskiesrecht. De verdere plannen in de troonrede bespro ken, „een soort van parade, waarin alle unifor men blinken11, laat de Stand, vooreerst nog rusten. De algemeene indruk is niet die van teleurstelling. Integendeel, zoo besluit zijzij blijft het uitzicht openen van vooruitgang op den weg dien de val van Taks kiesrecht als met een slagboom versperdeen dat is onder de gegeven omstandigheden zooveel, als wij met billijkheid kunnen wachten. De Middelb. Ct. vindt de troonrede „tandter- geud.“ Wat zouden wij, roept ze uit, veel ver der geweest zijn op den goeden weg, wanneer de vorige kiesrechtregeling tot stand was geko men. Moet er in het belang der werklieden iets gedaan worden, dan acht de Middelb. het in de eerste plaats zaak, dat hun stem gegeven worde in de algemeene zaak. De Tijd acht het een voorrecht zegt zij onder de aangekondigde ontwerpen er meerdere te ontmoeten, waarmede zij zich hoogst waar schijnlijk ten volle zal kunnen vereenigen, of die ten minste bij haar geen principieelen tegen stand behoeven te vinden. Het blad vindt alleen, dat vrij wat onder werpen meer den voorrang verdienen dan het kiesrecht, dat zij het ook getrouw aan de 5.) De trein gaat langzamer hij houdt stil de vreemde dame gaat opstaan, zij laat het raampje zakken en kijkt naar buiten op het perron. Met schuwe haast doet zij het portier open en, zonder zich om te keeren, verlaat zij de coupé. Weifelend om zich heen ziende, blijft zij een oogenblik staan op het flauwver- lichte perron. En jawel trappelende bindervoeten. Een spichtig knaapje van nagenoeg zeven jaar vliegt uitgelaten naar haar toe. „Zeg, mama, hebt gij gewonnen vraagt het achter adem. Geen groet, geen woord van liefde, alleen die angstige vraag. Koortsachtige angst spreekt uit die gesmoorde stem, uit dat magere, vroeg rijpe gezicht, welks opgesperde oogen met ge spannen verwachting op het bleeke gelaat zij ner moeder gevestigd zijn. Arme, gepijnigde het strand toe. Hij heeft den aanleg met zijn palmen en rhododendron-boschjes op eens blijft hij luisterend staan. Een zacht, smartelijk schreien ma, laten we toch niet naar huis naar huis,11 snikt een kinderstem, schrikkelijke vrouw wil ons toch niet binnen laten, als gij niet dadelijk de huur betaalt11 Afgebroken en half gesmoord door voortdurend snikken, stamelt het kind, buiten zich-zelf van angst en smart„Och, gij weet niet welke lee- bjke dingen die booze vrouw zooal tegen mij gezegd heeft over u, mijn lieve, goede mama, en hoe zij gedreigd heeft, als gij van daag geen geld meebracht. Ik heb, zoolang gij weg waart, voortdurend aan onzen lieven Heer gebeden en nu hebt gij toch nog verloren Hij schreit alsof zijn jong, gemarteld hart breken zou van eindeloos verdriet. Een half gesmoorde vrouwenstem, waaruit duidelijk blijkt dat de met moeite bewaarde kalmte op ’t punt staat te bezwijken, fluistert teeder besussende woorden vol oneindige lief de, die de woeste uitbarsting van smart doen bedaren. Het schreien van ’t kind wordt zach ter het laat zich besussenslechts zoo nu en dan snikt het nog even, alsof de door gestane smart nog eens terugkwam. De moord op den slager Schut, die Paasch- maandag aan de Ceintuurbaan te Amsterdam gepleegd werd, is op nieuw ter sprake geko men. Twee personen, die reeds vroeger ver dacht werden, M. Draaijer en J. van den Berg, zijn op nieuw gearresteerd. Van den Berg had een mes in zijn bezit, dat hij een paar dagen na den moord aan zijn vrouw Heeft gegeven. Op de vraag, hoe hij er aan kwam, gaf hij zulke tegenstrijdige mededeelingen, dat zijn vrouw, die op geen al te besten voet met hem staat, achterdocht kreeg en het feit bij de justitie aan gaf. Bij een zijner laatste verhooren verklaarde Van den Berg, dat hij het mes inden IJpolder had gekocht. Er werd in dezen polder een on derzoek ingesteld bij allen bij wie het mes kon gekocht zijn, doch bij niemand was Van den Berg bekend, niemand wist iets van het mes af. De tegenstrijdige verklaringen van Van den Berg en zijn bewering, dat hij het mes van Draaijer zou gekregen hebben, gaven der justi tie aanleiding beide mannen in voorloopige hech tenis te houden. Bovendien moeten eenige personen Draaijer op den morgen van den moord in de buurt van de Ceintuurbaan, in de Ruisdaelstraat, gezien hebben. Draaier is echter ai weder uit de voorloopi ge hechtenis ontslagen. Naar aan het Hand, wordt bericht is later ook Van den Berg weer op vrije voeten ge steld. „Wees zoet en stil, mijn lieveling; kan niet hebben dat ge schreit a een roe rend smeeken uit den mond der moeder, maar den onzichtbaren luisteraar klinkt het in de ooren als de smartkreet van een wanhopende. Zal en mag hij voor den dag komen en de ongelukkigen zijn hulp aanbieden Hij draait om het boschje heen en nadert de vreemdeling. Zij heeft de knaap op haar schoot, de beide armen om hem heen geslagen en haar hoofd tegen zijn zacht, blond haar gedrukt; bij ’t hooren van voetstappen kijkt zij op. Een ongenaakbare, afwerende uitdrukking vertoont zich op Let door verdriet vermagerde gelaat der vrouw; vijandelijk, verachtelijk kijkt zij op ïW t' 9 11 d l n n P P v 1 g t( el te te d ei I spelersoogen in ’t gezicht van baar doorleefde en leed de knaap van uit de verte dezelfde pijn, dezelfde zenuwachtige hoop en vrees, de geheele marteling van den vol wassen speler. „Stil, stil,11 fluistert de vrouw gesmoord en vreesachtig als een misdadigster om zich heen ziende, neemt zij haar kind bij de hand spoedt zich met hem naar den uitgang. „Arme vrouw, beklagenswaardige knaap bewogen kijkt Werner beiden na; de hee ren waren getuigen van die korte, aangrijpen de scène. Vermoedelijk heeft de moeder ver loren en durft zij ’t den kleine niet bekennen God weet, wat er van afhangtKent gij die dame „Niet bij naatn, maar ik heb haar meerma len in de speelzaal gezienzij zal daar zeker geregeld wezen. Oogenschijnljjk eene speelster van professie, die uit zuinigheid in het goed- koopere Mentone woont. Naar haar uitspraak te oordeelen schijnt zij eene landgenoote van ons, een duitsche, wie men haar goede afkomst even duidelijk kan aanzien, als haar tegenwoor dige armoede.11 Bij de eerste kromming van den wegnemen de beide heeren afscheid van elkaar. Peinzend, de handen op den rug, loopt de professor naar

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan (Bolswards Nieuwsblad, Sneeker Nieuwsblad en Friso)

Sneeker Nieuwsblad nl | 1894 | | pagina 2