DeMallebak Kollekte tuberkulosebestrijding Zeer geslaagd konsert van jubilerend koor Excelsior Rijke historie van Urker vissers ^llïtihnerinséhjjari:»^; SHEEKER NIEUWSBLAD - Maandag 24 maart 1980 i Lezing drs. H. Halbertsma in FSM begint half acht De lezing over Engelse museumschepen, die drs. H. Halbertsma woensdagavond op de kontaktavond van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek zal houden begint om half acht en niet zoals per abuis in de krant van donderdag stond om half elf. GEMEENTELIJKE HERINDELING NAAR MINISTER BRANDJE BLEEK KOKENDE KETEL Alkohol oorzaak van reeks vernielingen Tegenstelling Aanbesteding Christelijke Plattelandsvrouwen t ij.’ „Sjonge en Spylje” Baldadig drietal vernielde ruit en bedreigde een man Pagina 5 Daarop kwam het probleem om Joop bui- Galigapromenade 9 n Hierbij bleek dat het zeventig leden tellende koor haar naam wel eer aan doet en onder leiding van haar nieuwe dirigent Goos Hoogeveen hoorbare vooruitgang heeft geboekt. ZONDER ÉÉN STORING VERZORGEN WIJ UW RECEPTIE, KOFFIETAFEL EN DINER. Op UW dag is UW gezelschap - hoe groot ook - direktie/..baas in óns huis! -<7, BYOUX A SOUVENIRS FEESTARTIKELEN a KADOQS Mensen die jonger zijn dan een jJ vijftig, weten nauwelijks nog dat tuberku- lose eens „volksvijand nummer één” werd genoemd. Overal in het land waren sana toria voor tbc-patiënten. Ook overal in het land zag je bij boerderijen en in boom- Het herdenken van een 35-jarig bestaan is nu direkt niet iets om echt groots te vieren, maar het christelijk gemend koor „Excelsior" maakte hierop wel een uitzondering. Aan het kon- sert dat vrijdagavond in de Zuiderkerk ter gelegenheid van dit feit werd gegeven werkten twee koren, een saxofoon-ensemble, een organiste en een deklamatrice mee. Een honderd- vijftig medewerkers die een zeer afwisselend programma van zang en muziek brachten. Deels stijlvol, deels op progressieve wijze werd hier door het geestelijk lied het evangelie verkondigd. Verder werd er aandacht besteed door de heer De Bois aan de haringvangst door de Urkers. Opvallend waren de grote verschil len tussen het „toen" en het „nu". Toen werden alle werkzaamheden met de hand verricht. Tegenwoordig hebben de vissers allerhande moderne apparatuur tot hun be schikking. Zo ook worden in deze tijd alle handelingen bij de Urker visafslag machi naal gedaan. Veel van de vis, die hier aangeboden wordt, vertrekt daarop naar het buitenland. De laatste beelden van de dia-lezing van de heer De Bois toonden het lot, dat menig Urker beschoren was in zijn woeste vissersbestaan, het zeemansgraf, door een stille getuige hiervan: het Monu ment aan het haventje. Gedeputeerde Staten van Friesland heb ben hun voorstellen tot gemeentelijke her indeling thans definitief vastgesteld en toegezonden aan de Minister van Bin nenlandse Zaken. In de ontwerp-regeling hebben Gedeputeerde Staten de door Pro vinciale Staten op 30 januari aangenomen moties verwerkt. Dit betekent, dat Gedeputeerde Staten voorstellen om de gemeenten Leeuwarde- radeel en Ferwerderadeel niet op te heffen. Op basis van deze voorstellen zal de Kroon nu een Wetsvoorstel indienen bij de Twee de Kamer der Staten Generaal. Blijkens de memorie van toelichting bij de begroting voor 1980 voor Binnenlandse Zaken zal dat nog dit jaar geschieden. Naar verwachting zal met de parlementaire behandeling van de voorstellen nog twee a drie jaren ge moeid zijn. Zondagmorgen om 10.00 uur rukte de Sneker vrijwillige brandweer uit, omdat er een begin van brand werd gemeld in het huis aan de Groen van Prinsererstraat 23. Men vermoedde dat de bewoner afwezig was omdat er geen gehoor werd verkregen. Nadat een ruitje van de deur was ingedrukt kon de brandweer naar binnen. Er bleek geen brand te zijn. Er was een storing in de C.V.-ketel, waardoor hetwateraan de kook was geraakt. Via de overloop van het eks- pansievat verliet het kokende water in gasvorm en stoomontwikkeling het C.V. systeem. Door een brandweerman werd de C.V.-ketel uitgeschakeld. Onder de bedrij ven door verscheen de bewoner uit een slaapkamer. Hij was enigszins doof en had de deurbel niet gehoord. Door de herrie in huis werd hij gealarmeerd. De tweede kamerwacht promoveerde tot I eerste en 3 700 maakte de sprong van derde hulpveger naar tweede kamerwacht. Ook deze rang behield 3700 niet lang, want de eerste kamerwacht verdween van het to neel. Zodoende was het mogelijk, dat 3700 al spoedig eerste kamerwacht werd. Wan neer men dat baantje goed wilde uitoefe- I nen, dan viel dit heus niet mee. Enerzijds moest alles op de zaal vlot verlopen, zodat er bij inspektie geen klachten waren, an derzijds moest aan de kameraden zo wei nig mogelijk in de weg worden gelegd, om het verblijf in het kamp niet onnodig zwaarder te maken. Een voorbeeld hiervan is wel de kontrole van de kamerwacht op de zindelijkheid van de gevangenen. Veel gevangenen namen I het met het wassen niet zo nauw. Een I gevolg was, dat we doorlopend last van luizen en vlooien hadden. Nu behoorde er ook moed toe, s morgens vroeg uit het bed te springen, naar het wasruim te hollen, je hele lichaam daar te wassen, je kleren op ongedierte na te zoeken en dan op tijd op appèl te zijn. Na een voor vele gevangenen vermoeide werkdag kwam er evenmin wat van. Maar de bewakers vonden het af en toe nodig bij het bedappèl ’s avonds voeten- inspektie te houden. Ieder moest dan zijn voeten ontbloot bui ten zijn bed steken en oh wee, wanneer er een viezerik met soms pikzwarte voeten werd aangetroffen. Het slachtoffer moest dan meestal een halfuur of langer straf- eksercitie ondergaan, zulks ten koste van onze nachtrust Om deze moeilijkheden te voorkomen hielden de kamerwachten tus sentijdse inspekties. Dan was het vaak moeilijk de smeerpoetsen te bewegen zich tijdig te wassen. Hield men deze vóór- inspekties te vaak, dan noemen de gevan genen de kamerwachten uitslovers, wat ook geen prettige reputatie was. Een ander moeilijk punt was het eten verdelen. Eerst was het de kunst om een gamel met niet al te waterig eten te pakken te krijgen. Tegen etenstijd werd er per blok een aantal gamellen-dragers aangewezen, die onder toezicht van de blokschrijver en een paar kamerwachten naar de keuken gingen. Terwijl de laatste gamellen gevuld werden, werden deze intussen over de verschillende blokken verdeeld. Juist in die laatste gamellen, die onder uit de kookpot ten werden geschept, zat het dikste eten. Natuurlijk was het beter geweest dit zo te regelen, dat ieder blok op zijn beurt de beste en de Slechtste gamellen bij toerbeurt kreeg, of bijvoorbeeld half om half. Maar die regeling was er niet en zo werden er alle mogelijke foefjes uitgevonden om de beste gamellen voor eigen blok en eigen zaal in te pikken. 3700 Moest wei meedoen aan deze strijd. Hij moest bekennen, aldoende werd het een sport om het voor de eigen zaal zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Te genover de Duitsers was het hele kamp eendrachtelijk, maar in het kamp open baarde zich deze eendracht per blok en per blok weer per zaal. En per zaal vond men dan doorgaans weer enkele groepjes ge vangenen, die zich om een of andere reden aaneensloten. Hadden we dan de gamellen op de zaal, dan takseerde 3700 de hoeveelheid om uit te maken met welke scheplepel zou worden uitgedeeld. Per zaal waren er als regel drie lepels: een kleine halve liter, de halve liter en een iets grotere. Daarbij werd de ka merwacht met Argus-ogen gadegeslagen. Wanneer 3700 een lepel ter hand nam, hoorde hij direkt kommentaar. Was het de kleine lepel, dan hoorde hij vaak: Zwaar pet, jongens, veel te weinig eten! Omge keerd bij de grote lepel: Dik in orde, de volle mep! Vervolgens kwam dan het kommando: Voor de bedden. De tweede ten de zware kommando’s te houden en ’s avonds zocht 3700 daarvoor een kennis op, die voorman was een binnenkommando. Hij kon nog wel een mannetje plaatsen. De binnenkommando’s droegen op de mouw een bandje met de aanduiding van het kommando er opgeschilderd, in dit geval was het: „B.K.” 3700 Toog met zo’n bandje naar Joop. Daar werd het op zijn mouw genaaid. Vervolgens werd hem gewezen, hoe hij zich bij het formeren van de kommando’s had te gedragen, de volgende morgen. De volgende morgen verliep alles vlot Joop stelde zich bij het B.K. op en marcheerde mee af. Achter de barak gaf de voorman het bevel: Ga je gang maar, wie slapen wil, gaat naar zijn bed. Zodoende was Joop even later bij 3700 in de zaal terug. De hele dag bleven wij bij elkaar, zonder dat hij naar zijn werkkommando omkeek, ’s Avonds vroeg hij 3700, wat toch dat B.K. betekende, op dat bandje op zijn mouw. Het betekende: bezemkommando. Dit kommando had tot taak bezems te maken, maar alleen voor eigen gebruik in het kamp. Niettemin bestond het kommando uit minstens twaalf man, waarvan enkelen soms werkelijk een bezem maakten, maar de meesten waren in dit kommando on dergedoken, om het zwaardere werk te ontlopen. In de kamptaal noemden we dat: „zij drukten zich”. Alle binnenkomman do’s waren vol van deze drukkers. Zolang Joop bij het bezemkommando geweest is heeft hij nooit een bezem gemaakt. Een weg om zijn broer in de bunker te bezoeken vond 3700 ook in deze tijd. Hij nam van een andere gevangene het baantje over om ’s middags het eten naar de bunkergevangenen te brengen, ’t Is wel een rare gewaarwording, je broer daar in zo’n smerig hol, stikvol ongedierte, aan te tref fen. 3700 Heeft hem daar echter maar één keer kunnen opzoeken, want jammer ge noeg ging hij de volgende dag op transport, naar de gevangenis in Utrecht. Vandaar is hij in de Dolle Dinsdag-transporten naar Duitsland overgebracht, waar hij tot de bevrijding in verschillende kampen en ge vangenissen bleef. Toen hij met enkele andere gevangenen het PDA uitmarcheer de, had 3700 er niet veel vertrouwen in, dat hij zijn broer ooit terug zou zien. Eind augustus 1944 kwamen ook regelma tig groepjes gevangenen in het PDA bin nen, waarmee we helemaal niet blij waren. Zo kwam tenminste op een avond de Blokoudste van III bij 3700 met de mede deling: „je krijgt twintig nieuwen er bij op je zaal en die moet je maar bijelkaar in een hoek stoppen”. Het bleek nu, dat er een transport uit een Wehrmachts-gevangenis zou komen, allemaal SS-ers en NSKK-lui, die om een of andere reden gevangen genomen waren. In één woord dus: scho- rum, dat eerst het Duitse uniform had aangetrokken en het daarna weer bij de Duitsers bedorven had. 3700 informeerde waarom hij de eer kreeg, die klanten op zijn zaal té moeten herbergen, ’t Antwoord was: Jij bent de jongste kamerwacht, die moet dat vuiltje maar opknappen. En we kunnen er beter één zaal mee bederven, dan ze te verdelen over alle kamers. Je neemt er maar een pittige knaap ekstra als hulp-veger bij en dan moet je ze maar dresseren”. ’s Nachts werden ze binnengebracht. Ze hadden nogal wat praats, want zij voelden zich ver verheven boven ordinaire politieke gevangenen. 3700 Heeft toen onmiddellijk getracht, een nummertje foeteren weg te geven en blijkbaar met sukses. Ze kal meerden tenminste. Bij de SS en NSKK was hun immers wel geleerd voor de grote bek van een meerdere te buigen. Gedachtig dit voorbeeld, heeft 3700 hun reeds flink kort weten te houden. de lessen in de praktijk. Er is ook een hospitaal/kerkschip „de Hoop”, die hulp verleent op volle zee. Reparaties en zelfs operaties zijn tegenwoordig mogelijk. Zo toonden de dia’s het zetten van een gebro ken been, en de behandeling van iemand, die een gapende hoofdwond had, terwijl de golven tegen het hulpverlenende schip aanbeukten. Zaterdagavond werden de 20-jarige G. F. H„ de 18-jarige A. R. en de 19-jarige L. P. M. V., allen uit Joure, aangehouden. L. P. M. V. had een ruit van de snackbar aan de Jousterkade (Wiggers) vernield door er een fiets tegen aan te gooien. Alle drie hadden in de loop van de middag op straat baldadigheid uitgehaald. Zo had één van de heren een bierglas stuk gegooid tegen de gevel van het politiebureau en een ander had een bierglas op straat voor een lesauto stukgegooid. Toen de rijinstruk- teur hier wat van zei, werd hij bedreigd en moest hij voor zijn eigen veiligheid de vlucht nemen. Later op de avond zijn de heren weer in vrijheid gesteld. Hoewel de tuberkulose als volksziekte verdreven is, steken zo af en toe nog wel enkele ziektehaarden de kop op. Om deze ziekte te kunnen bestrijden, maar ook om voorlichting over het voorkomen van deze ziekte te geven, is de Stichting „Emmabloem” nog steeds aktief. Voor deze aktiviteiten is geld nodig, dat ondermeer uit kollektes moet komen. In de week van 24 tot 30 maart wordt deze kollekte in geheel Nederland gehouden. jaar of nuttige funktie. Zoals bestrijding van de .1 i... tuberkulose in het algemeen een nuttige en goede zaak blijft. Van oudsher hebben de provinciale kruisverenigingen veel aktivi teiten ontwikkeld op dit gebied. Ze doen dat nog steeds, wanneer het nodig is. Maar gingen wordt niet gefinancierd uit de AWBZ. Met de volgende schepen kan zeepost worden verzonden. De data, waarop de korrespondentie uiterlijk moet zijn be zorgd, staan achter de naam van het schip vermeld. Argentinië Rubens 28 maart; Australië Kangoerou (Sedney. Melbourne) 28 maart: Brazilië Rubens 28 maart; Canada C.P. Trader 25 maart; India Nahost Kurier 25 maart; Japan Kowloon Bay 25 maart; Ken ya. Oeganda. Tanzanië Tsavo 27 maart; Nieuw-Zeeland Kangourou 28 maart; Ver. Staten van Amerika Atlantic Cognac en de American Archer beide 25 maart; Zuid Afrika (Rep.) EIbeland 27 maart. Teksten en bewerkingen van herkenbaar mensen als de leider van deze groep Herman Riphagen en Goos Hoogeveen die voor hem de leiding had. Het meest muzi kaal bekoorden ons de vier gospelsongs met als uitblinkers ..Hears the lamb’s crying en het „There's a whole lot of people" met mooie bariton-solo en de invulling van de vioolpartij. Sterk in tegenstelling hiermee was hetgeen „The Young Church Singers" uit Amers foort brachten. Een groep jonge mensen mannelijk en vrouwelijk - die vokaal en instrumentaal op een enthousiaste en veel progressiever wijze het geestelijke lied bracht op teksten van deze tijd en op swingende ritmen. Met een uitgebreid eigen kombo en gesteund door een met twee man bestuurde geluidsapparatuur waarop onder andere een twintigtal mikro- foons was aangesloten. Alles bijna per- fekt afgestemd op de kerkruimte, maar naar ons gevoel na de pauze toch iets té sterk. Ook in de later gezongen werkjes zoals het jonge „Tenebrae factae sunt" van Perez - met het „Heilig is der Herr" als twee uitblinkers - het „Ik ben de opstanding", „Wie schön leuchtet der Morgenstern" was dit waar neembaar. Als laatste drie werkjes vap meesters in het lied: „Gelobet sei der da kommt" van Dedekind; „Lasst uns de Door de N.V. Waterleiding Friesland te Leeuwarden is onderhands aanbesteed de bouw van een filtergebouw bij het pomp station te Spannenburg. Laagste inschrijver was Bouwmaatschappij Leeuwarden B.V. in kombinatie met Hollandsche Beton Mij. Groningen, voor een bedrag van 8.540.000- Het werk is inmiddels aan deze kombina tie gegund. Het is de bedoeling dat begin april 1980 met de bouw wordt begonnen. Verwacht wordt dat het werk omstreeks 1 lanuari 1982 zal worden opgeleverd. De inbedrijfstelling van het nieuwe filterge bouw zal naar verwachting omstreeks april 1982 plaatsvinden. De Christelijke Plattelandsvrouwenbond afdeling I vergaderde donderdagmiddag in Hotel Hanenburg. Voor deze vergadering was de heer De Bois uitgenodigd, die de dames historische informatie gaf over het leven van de Urker vissers. Dia’s en geluidsbanden ondersteunden zijn geschiedkundig verhaal.dat begon bij de bouw van viskotters en besloot met het „zeemansgraf”, welk lot vele Urkers beschoren was. Een van de aspekten van het verhaal van de heer De Bois was de bouw van viskotters. Op de dia s bleek, dat de moderne tijd wel gezorgd heeft voor enige luukse en kom fort De boot die in gedeelten in elkaar gezet werd, zo bleek, werd zo gebouwd, dat op zee een goed leven mogelijk is. Onder de kombuis is plaats om de vis schoon te maken. Als de kotter klaar is, volgt de doopplechtigheid. Op de visserijschooljan van de Berg in Urk worden jongens, als ze van de lagere school afkomen, opgeleid voor visser. Ze kunnen studeren voor stuurman of motordrijver. In school krij gen ze theoretische lessen en met het schip de Koningin Juliana gaan ze de zee op voor Radio Fryslan stjoert tiisdei 25 maart in tal aide en nijere g'eastlike lieten üt. It binne opnamen fan it Grouster Koar. it Fokaal Ensemble ü.l.v. Bob Pruiksma. it koar „Scheppingsgave fan Wytmarsum en it Menamer Dübbelkwartet. Fierder sil yn dizze öflevering fan „Sjonge en Spylje" in petear ütstjoerd wurde mei de heren Haisma en Westra. foarsitter en skriuwer fan it Kristlik Sjongersbün yn Fryslan. kamerwacht ging dan met de uitdeellijst op het eerste bed zitten. Vervolgens liepen de gevangenen langs de gamel om hun schep eten in hun pannetje te halen, sekuur afgekruist door de tweede kamer-wacht. Het was dan de kunst het eten zo gelijk mogelijk te verdelen. In geen geval mocht er te weinig zijn. Voor het overgebleven restje was er de overschep-regeling. In de uitdeellijst werd er precies aantekening van gehouden. 3700 Probeerde het steeds zo uit te kienen, dat er een paar liter eten over bleef. Een man of tien tot vijftien kregen dan een overschep. Zodoende had de hele zaal zij toerbeurt één of twee keer per week een ekstraatje. Er werd steeds wel goed geroerd in de gamel om het dikke eten van de bodem te roeren. Maar om het weer zo eerlijk mogelijk te verdelen, werd afwisselend voor- of achter aan of in de midden in de zaal begonnen. Problemen genoeg voor zover het ’t eten betrof. Bij het broodverdelen werden de stukken op een lange rij gelegd en moest ieder hét voor de hand liggende stuk wegnemen. En dan werd er zwaar gekan kerd, wanneer men een paar keer achter elkaar een eindstuk van een broodje kreeg, want de middenstukken waren wat groter. Al deze moeilijkheden werden natuurlijk veroorzaakt, omdat de porties veel te klein waren. Begin augustus 1944 kwamen er regelma tig grote transporten nieuwelingen het PDA binnen. Wanneer een groep nieuwe lingen in de „rozentuin” stond te wachten, tot ze in kampkleren werden gestoken, ging 3700 er met vele anderen in looppasje langs draven en speuren naar bekenden. Zo zag hij daar een keer zijn kameraad uit Vught een jongen uit Leeuwarden. In het voorbijgaan riep 3700 hem vlug toe: „probeer in Block III te komen, daar ben ik kamerwacht”. Na het omkleden bleek ech ter dat Joop in Block VIII ingedeeld was; dat kon niet slechter. Want in Block VIII was een blokoudste met de bijnaam: „het boze oog”. Die haam verdiende hij wel, want het was een grote bullebak, die soms vreselijk tekeer ging tegen zijn mede gevangenen en er vaak op lossloeg. 3700 Durfde elke andere blokouste wel om overplaatsing van zijn vriend naar blok III te vragen, maar bij „Het boze oog” was dat een hachelijke onderneming. Er zat echter niets anders op. Want wanneer 3700 Joop bij zich op zijn kamer had, dan kon hij ook proberen hem in een gemakkelijk werk kommando te krijgen. Dus, naar het boze oog. Onderweg naar Block VIII kreeg 3700 een inval. Als hij de blokoudste zou vragen zijn vriend naar blok III over te schrijven, dan zou dit niet veel kans van slagen hebben. Dus kwam 3700 zogenaamd even een boodschap van de kampkommandant brengen, dat één van de nieuwelingen naar een andere barak moest en wel direkt, nog voor het eten. Het boze oog foeterde in z’n Limburgs dialekt, zo van „dat gedonder altijd 3700 Bleef staan wachten, waarop het boze oog brulde: „schiet op, kerel”! „Nee, ik moet die nieuwe meenemen”. Daarop volgde weer een uitbarsting van de blokoudste, waarop 3700 rustig zei, dat hij het allemaal best vond, wat de blokoudste daar uitbraakte en dat hij het met de komplimenten aan de kampoudste zou doorgeven, ’t Resultaat was, dat de blok schrijver de verhuizing gauw klaarmaakte. 3700 Zorgde, dat hij vlug met Joop uit het gezicht van Het boze oog kwam, naar blok III. Daar maakte hij de overschrijving vlug klaar met de blokoudste van III, die daarbij veel vlotter meewerkte, het boze oog heeft nooit gemerkt dat hij zo te pakken geno men is. Zaterdagavond raakte de 57-jarige H. W. uit Ijlst betrokken bij een ongeval, waarbij alkohol de grote boosdoener was. Slinge rend reed W. over de Zuidwesthoekweg. Hij verloor echter de macht over het stuur en de wagen kantelde. De beschonken bestuurder zag geen kans het voertuig daarop te verlaten, zodat omstanders hem moesten bevrijden. De politie konstateer- de dat W. sterk onder invloed was van alkoholische dranken. Hij moest de blaas- proef ondergaan, waarna zijn rijbewijs voorlopig in beslag werd genomen. Naar later bleek had W. ook een groot verkeers bord aangereden. De auto moest totaal vernield door een takelbedrijf weggesleept worden. Voor een goede tuberkulosebestrijding moet nog steeds een beroep gedaan worden op de hulp van de bevolking. Daarom is er van 24-30 maart weer Emmabloem-kollek- te. Een oude, vertrouwde kollekte al sinds generaties. De opbrengst is bestemd voor de tuberkulosebestrijding van de Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot Be strijding der Tuberkulose en de kruisvereni- Het openingslied was een kleine kantate: „Door de wereld gaat een lied". Een kom positie van Jan Pasveer, bewerkt en gediri geerd door Goos Hoogeveen. Een opening waarin we al direkt met alle deelnemers hoorbaar kennis konden maken. In een kort welkomswoord sprak daarna voorzit ter G. Noorderwerf z’n voldoening uit over de grote schare toehoorders, waaronder de afgevaardigden van veel zusterverenigin gen uit onze stad, zo rijk aan koren en korpsen. Als jubilerend gastvrouw vervolgde „Ex celsior" met een tweetal fijne liederen: het „Heilig ist der Herr" van M. Praetorius en „Das Febet des Herren" van Franz Schu bert. Zo tegen Dodenherdenking en Bevrijdingsdag komen de verhalen over.de bezettingstijd weer boven. Logisch, want voor de wat oudere generatie is de periode tussen 1940 en 1945 vaak erg ingrijpend en enerverend geweest. Ook voor hen, die er lichamelijk en geestelijk goed zijn af gekomen - in hun binnenste is ergens een stempel gezet, met onuitwisbare inkt Stevast krijgen oud-gevangenen van de Duitsers in het begin van mei vragen voorgelegd als; „Hoe was het nu in zo'n konsentratiekamp Met name vele jongeren hebben er weinig notie van wat zich in bezettingstijd heeft afgespeeld. Het verhaal van „Haftling3700 licht een tipje op van de sluier, die gespreid lag over de onmenselijke toestanden in het Oranje- hotel, het kamp en de bunker in Vught en het konsentratiekamp Amersfoort - voor velen voorposten van een vroege dood met veel geluk ontkwam 3700 aan doorzending naar het oosten, waar het allemaal nog een graadje erger was - negen van tien keerden nooit terug. Haftling 3700 vertelt zonder opsmuk, zonder speciaal de nadruk te leggen op wreedheden, van „zijn tijd tussen 11 januari 1944 en 11 mei 1945. Hij schildert wat er met hem gebeurde en wat zich om hem heen afspeelde- de waarheid zonder franje van 3700, gevangene nummer 3700, die dat nummer op zijn kleding moest meedragen. Hij werd er zelfs mee aangesproken. Men wilde een nummer van hem maken, een persoonlijkheid mócht hij niet meer wezen in de ogen van e SD of nog meer van die letterkombinaties, die nog vandaag de dag de koude rillingen doen lopen over de ruggen van in het bijzonder hun eks-gevangenen. bb Vooral in verband met het optreden van „The Young Church Singers" hadden we voor dit konsert meer jeugdige belang stelling verwacht. Het saxofoon-ensemble van de christelijke muziekvereniging „Oranje" te Bolsward was samengesteld uit drie sopranen, drie alten, tenor en bariton en verzorgde op steeds bescheiden wijze de begeleiding vah het Sneker koor. Als ensemble brachten ze een tweetal fijn gespeelde werkjes: een Koraal van Joh. Seb. Bach en een overigens wel zeer langzaam Menuet van Handel. Opvallend was de zuiverheid in stemming van dit van dit dübbelkwartet inder leiding van dit dübbelkwartet onder leiding van Ruurd Dijkstra. Geeske de Boer-Joustra speelde eveneens twee werken op orgel. Als eerste het wel in zeer simpele zetting gehouden „Wie schön leuchtet der Morgenstern" van N.W. Gade en daarna het muzikaal veel fraaiere „Alle gro" uit een Concerto van Siogr. Meck. Heel attent was haar begeleiding: in het bijzonder in het slotnummer van dit kon sert: „Alles wat adem heeft love den Heer” (Psalm 150) gebracht door nog eens alle medewerkers. Verdienstelijk was ook de medewerking van Nell Griffioen met een drietal dekla- maties. De eerste iets te lang in de sfeer van een konsert maar het „Help mij ja te zeggen" en „Hier ben ik Heer" waren twee eigentijdse kleine meditaties. Daarbij zeer ekspressief gebracht met een duidelijke spreekstem die ook alle liederen een korte inleiding meegaf. „Excelsior" kan met genoegen terugzien op deze herdenking van haar zevende luctmm Herren loben van Schütz en het „Lob und preis den Herren" van Franz Schubert, in alles een gevoelige muzikaliteit en zuiver heid zowel a cappelTa als in samenspel met het orgel en saxofoon-ensemble. teiten ontwikkeld op dit gebied. Ze doen gaarden de zogenaamde ’ligtenten’, waarin juist dit deel van het werk der kruisvereni- tbc-patiënten soms maandenlange rust kuren in een gezonde omgeving hielden. Tuberkulose is als volksziekte gelukkig overwonnen, maar dat wil niet zeggen, dat er geen tuberkulose-patiënten meer zijn. En het wil ook niet zeggen, dat we niet waakzaam dienen te blijven. Nog elk jaar kunt u berichten in de krant lezen met koppen als ’Tbc-eksplosie in...’ of ’Tbc- haard ontdekt in...’. En elk jaar worden er nog enkele duizenden ’gevallen’ ontdekt De konsultatiebureaus voor tuberkulose- onderzoek hebben dan ook nog steeds een gingen. o in CM c o o

Kranten in de gemeente Sudwest-Fryslan (Bolswards Nieuwsblad, Sneeker Nieuwsblad en Friso)

Sneeker Nieuwsblad nl | 1980 | | pagina 5